<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Schoolsamenvatting.nl</title>
	<atom:link href="http://www.schoolsamenvatting.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.schoolsamenvatting.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Tue, 07 Feb 2012 15:06:31 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
<xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" />
		<item>
		<title>2012: Aangescherpte exameneisen in het voortgezet onderwijs</title>
		<link>http://www.schoolsamenvatting.nl/nieuws/2012-aangescherpte-exameneisen-in-het-voortgezet-onderwijs/</link>
		<comments>http://www.schoolsamenvatting.nl/nieuws/2012-aangescherpte-exameneisen-in-het-voortgezet-onderwijs/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Feb 2012 15:06:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.schoolsamenvatting.nl/?p=1125</guid>
		<description><![CDATA[Vanaf 1 augustus 2011 zijn de aangescherpte exameneisen voor het voortgezet onderwijs van kracht. Leerlingen moeten voor het centraal examen gemiddeld een voldoende halen om te kunnen slagen. Deze aanscherping leidt tot de nodige vragen bij vo-scholen en vavo-instellingen. In 2008 heeft de toenmalige staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (vanaf oktober 2010 minister) besloten om de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Vanaf 1 augustus 2011 zijn de aangescherpte exameneisen voor het voortgezet onderwijs van kracht. Leerlingen moeten voor het centraal examen gemiddeld een voldoende halen om te kunnen slagen. Deze aanscherping leidt tot de nodige vragen bij vo-scholen en vavo-instellingen.</strong></p>
<p>In 2008 heeft de toenmalige staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (vanaf oktober 2010 minister) besloten om de zak/slaagregeling voor het voortgezet onderwijs op verschillende punten aan te scherpen. In de oude situatie was het mogelijk dat een leerling met onvoldoendes voor alle centraal examenvakken met hoge schoolexamencijfers kon slagen. Dit leidde teveel tot calculerend gedrag van jongeren. De zak/slaagregeling wordt als volgt aangescherpt:</p>
<ul>
<li>
<div>
<div>Het gemiddeld centraal examencijfer moet onafgerond een 5,5 of hoger zijn (<strong>vanaf 1 augustus 2011</strong>).</div>
</div>
</li>
<li>
<div>
<div>Voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde mag maximaal één vijf behaald worden op havo en vwo (vanaf 1 augustus 2012).</div>
</div>
</li>
<li>
<div>
<div>De afwijkende berekening van het eindcijfer in de basisberoepsgerichte leerweg wordt afgeschaft (<strong>vanaf 1 augustus 2011</strong>).</div>
</div>
</li>
</ul>
<p>Zowel in 2009 als in 2010 heeft het ministerie van OCW de scholen voor voortgezet onderwijs en instellingen voor volwasseneneducatie geïnformeerd over de aanstaande aanscherpingen (de brieven vindt u hiernaast). Op dit moment bestaat er echter de nodige onduidelijkheid onder de scholen. Met name de eis dat het gemiddeld centraal examencijfer een 5,5 of hoger moet zijn, leidt tot veel vragen bij de vo-scholen en vavo-instellingen.</p>
<p>Wat betekent de aanscherping &#8216;gemiddeld een voldoende voor de CE-vakken&#8217; in de praktijk?</p>
<ul>
<li>
<div>
<div>De eis van een gemiddeld centraal examencijfer van een 5,5 of hoger geldt voor alle leerlingen die vanaf schooljaar 2011-2012 examen doen. De eis geldt dus ook voor de leerlingen die in 2010-2011 gezakt zijn en vanuit het vo voor één of meer vakken uitbesteed worden naar het vavo.</div>
</div>
</li>
<li>
<div>
<div>Bij de berekening van het gemiddeld centraal examencijfer dient u uit te gaan van het onafgeronde cijfer. Een leerling moet ten minste een 5,5 halen (de eerste decimaal moet een 5 zijn), daarna gelden de overige uitslagbepalingen. Een leerling die gemiddeld een 5,4 gehaald heeft, is per definitie gezakt.</div>
</div>
</li>
</ul>
<p><strong>Afgewezen kandidaten aan de eigen school</strong></p>
<ul>
<li>
<div>
<div>Gezakte leerlingen die het volgende schooljaar opnieuw eindexamen afleggen aan de eigen school, moeten het volledige centraal examen doen.</div>
</div>
</li>
<li>
<div>
<div>Na afloop van het centraal examen wordt aan de hand van de nieuwe centraal examencijfers berekend of het gemiddelde centraal examencijfer hoger dan een 5,5 is.</div>
</div>
</li>
</ul>
<p><strong>Afgewezen kandidaten die uitbesteed worden aan het vavo</strong></p>
<ul>
<li>
<div>
<div>Gezakte leerlingen kunnen ook door de vo-school uitbesteed worden aan het vavo. De leerlingen hoeven dan in principe alleen hun onvoldoende vakken over te doen.</div>
</div>
</li>
<li>
<div>
<div>Hierbij moeten de school en de leerling rekening houden met de nieuwe exameneis van ten minste een 5,5 voor het gemiddelde centraal examencijfer. Van de eerder behaalde eindcijfers waarvoor vrijstelling is verkregen tellen de onderdelen CE-cijfer mee in de berekening gemiddeld een voldoende.</div>
</div>
</li>
<li>
<div>
<div>Het kan raadzaam zijn om ook voldoende afgesloten vakken opnieuw te doen aan het vavo met het oog op het noodzakelijke gemiddelde.</div>
</div>
</li>
</ul>
<p><strong>Overzicht aanpassingen eindexamens vo</strong></p>
<p><strong><em>VMBO</em></strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<table border="0" cellspacing="0" cellpadding="4">
<tbody>
<tr>
<td valign="top" width="20%"><strong>2011–2012</strong></td>
<td valign="top" width="20%"><strong>2012–2013</strong></td>
<td valign="top" width="20%"><strong>2013–2014</strong></td>
<td valign="top" width="20%"><strong>2014–2015</strong></td>
<td valign="top" width="20%"><strong>2015–2016</strong></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="20%">Eerste pilotjaar rekentoets</td>
<td valign="top" width="20%">Tweede pilotjaar rekentoets (generale repetitie)</td>
<td valign="top" width="20%">Invoering rekentoets en afgestemd examen Nederlands</td>
<td></td>
<td></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="20%">Oplevering aangepast syllabi Nederlands, rekentoetswijzer en voorbeeld-materiaaal</td>
<td></td>
<td></td>
<td></td>
<td></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="20%">Aanpassing uitslagregel:</p>
<p>CE-onderdelen gemiddeld voldoende;</p>
<p>schoolexamen vmbo-bb telt één keer mee voor berekenen eindcijfer (was 2x)*</td>
<td></td>
<td valign="top" width="20%">Aanpassing uitslagregel: Eindcijfers Nederlands en rekenen ten minste 5 en 5</td>
<td></td>
<td valign="top" width="20%">Aanpassing uitslagregel: Eindcijfers Nederlands en rekenen ten minste 5 en 6</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p>* Zie Kamerstukken <a title="link opent in nieuw venster" href="http://www.examenblad.nl/9336000/1/j9vvhinitagymgn_m7mvi0sgg8bampk/viufnxkdep5q/f=/kst31289_44.pdf">31289 nr. 44</a> en <a href="http://www.examenblad.nl/9336000/1/j9vvhinitagymgn_m7mvi0sgg8bampk/viufnz0o1tu8/f=/kst32463_1.pdf">32463 nr. A/1</a></p>
<p><strong><em>HAVO/VWO</em></strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<table border="0" cellspacing="0" cellpadding="4">
<tbody>
<tr>
<td valign="top" width="20%"><strong>2011–2012</strong></td>
<td valign="top" width="20%"><strong>2012–2013</strong></td>
<td valign="top" width="20%"><strong>2013–2014</strong></td>
<td valign="top" width="20%"><strong>2014–2015</strong></td>
<td valign="top" width="20%"><strong>2015–2016</strong></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="20%">Eerste pilotjaar rekentoets</td>
<td valign="top" width="20%">Tweede pilotjaar rekentoets (generale repetitie)</td>
<td valign="top" width="20%">Invoering rekentoets en afgestemd examen Nederlands</td>
<td></td>
<td></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="20%">Oplevering aangepaste syllabi Nederlands, rekentoetswijzer en voorbeeld-materiaal</td>
<td></td>
<td></td>
<td></td>
<td></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="20%">Aanpassing uitslagregel: CE-onderdelen gemiddeld voldoende*</td>
<td valign="top" width="20%">Aanpassing uitslagregel: niet meer dan één onvoldoende (ten minste een 5) voor de eindcijfers Nederlands, Engels en wiskunde*</td>
<td valign="top" width="20%">Aanpassing uitslagregel: eindcijfer rekentoets ten minste een 5</td>
<td></td>
<td valign="top" width="20%">Aanpassing uitslagregel: de rekentoets wordt onderdeel van de kernvakkenregel: niet meer dan één onvoldoende (ten minste een 5) voor eindcijfers Nederlands, Engels, wiskunde en rekenen</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p>* Zie Kamerstukken <a href="http://www.examenblad.nl/9336000/1/j9vvhinitagymgn_m7mvi0sgg8bampk/viufnxkdep5q/f=/kst31289_44.pdf">31289 nr. 44</a> en <a title="link opent in nieuw venster" href="http://www.examenblad.nl/9336000/1/j9vvhinitagymgn_m7mvi0sgg8bampk/viufnz0o1tu8/f=/kst32463_1.pdf">32463 nr. A/1</a></p>
<span class="sb_info">Bron: <a title="Examenblad" href="http://www.examenblad.nl/9336000/1/j9vvhinitagymgn_m7mvi0sgg8bampk/virdlf9jjhn8" target="_blank">examenblad.nl</a></span>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.schoolsamenvatting.nl/nieuws/2012-aangescherpte-exameneisen-in-het-voortgezet-onderwijs/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dekolonisatie en koude oorlog van Vietnam</title>
		<link>http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-geschiedenis/dekolonisatie-en-koude-oorlog-van-vietnam/</link>
		<comments>http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-geschiedenis/dekolonisatie-en-koude-oorlog-van-vietnam/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 31 Jan 2012 17:53:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[HAVO-geschiedenis]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.schoolsamenvatting.nl/?p=1119</guid>
		<description><![CDATA[Uploader: Daaf Niveau: HAVO Vak: Geschiedenis Omschrijving: Een samenvatting van het examen katern dekolonisatie en koude oorlog in Vietnam van Noordhoff Wolters.  De puntsgewijze samenvatting is de ideale voorbereiding voor je examen. Hieronder kun je de eerste twee hoofdstukken lezen. 1.1  Botsing in Europa -          na 2e wereld oorlog ontstond onder de gelieerde een slechte stemming dit kwam door Rusland [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Uploader: </strong>Daaf<br />
<strong>Niveau: </strong>HAVO<br />
<strong>Vak:</strong> Geschiedenis</p>
<p><strong>Omschrijving: </strong>Een samenvatting van het examen katern dekolonisatie en koude oorlog in Vietnam van Noordhoff Wolters.  De puntsgewijze samenvatting is de ideale voorbereiding voor je examen. Hieronder kun je de eerste twee hoofdstukken lezen.</p>
<span class="sb_download"><strong>Download (pdf): </strong><a href="http://www.schoolsamenvatting.nl/wp-content/uploads/2012/01/Dekolonisatie-en-koude-oorlog-in-vietnam-havo-samenvatting.pdf">Dekolonisatie-en-koude-oorlog-in-vietnam-havo-samenvatting.pdf</a></span>
<h2><strong>1.1  </strong><strong>Botsing in Europa</strong></h2>
<p>-          na 2<sup>e</sup> wereld oorlog ontstond onder de gelieerde een slechte stemming dit kwam door Rusland en Amerika :</p>
<ul>
<li>Rusland en Amerika waren de 2 grote supermachten</li>
<li>Azië viel na WOII onder invloed van Amerikanen evenals West-Europa, Oost-Europa viel onder invloed van de Russen</li>
<li>Meteen na de 2<sup>e</sup> wereld oorlog kwam een conflict over het verdelen van Europa, daar kwam nog bij dat Amerika <strong>Kapitalistisch</strong> was en Rusland <strong>Communistisch </strong></li>
<li>In het begin maakte Amerika zich niet veel zorgen over dictator Stalin &gt; pas na de invoering van het communisme in de door hem veroverde gebieden, kwamen er zorgen bij de Amerikanen</li>
</ul>
<p>-          Stalin deed dit omdat hij merkte dat zijn west grens erg kwetsbaar was, dit zag hij door de Duitse invasie in 1941, ook vertrouwde Stalin zijn westerse bondgenoten niet. Hij wou een <strong>Veiligheidscordon</strong> opbouwen aan de westgrens</p>
<ul>
<li>hij voegde Estland, Letland Litouwen en het oosten van polen en Roemenië bij de Sovjet-Unie</li>
<li>De rest van Oost Europa bracht hij onder zijn invloedsfeer</li>
</ul>
<p>- Rusland wilde Duitsland ontzettend hoge herstelbetalingen opleggen, de kapitalisten zagen meer in een snelle weder opbouw van de Duitse Economie</p>
<p>* als gevolg hiervan werd Duitsland gescheiden in een westers, Kapitalistisch en een oosters Communistisch deel</p>
<p>* Stalin was genoodzaakt dit te doen omdat anders de democratische landen tegen zouden       stemmen</p>
<p>-          De Amerikanen bood Europa Economische hulp aan door middel van het Marshallplan, ook Oost Europese landen wilde op deze hulp een beroep oen, Stalin pikte dit niet</p>
<ul>
<li>de Amerikanen zagen Stalin zijn machts overnames een onbeperkte machts uitbereiding net als Hitler dat deed</li>
<li>De russen waren voor een Communistische wereld revolutie, de machts bereiding in Europa leek voor de Amerikanen hiervoor de eerste stap</li>
</ul>
<h2><strong>1.2  </strong><strong>De Koude Oorlog in Europa</strong></h2>
<p>-          de Amerikanen zagen het communisme omdat nu ook in andere westerse landen de communistische partijen meer aanhang kregen</p>
<ul>
<li>ook rond de Middellandse zee kregen communistische denbeelden steeds meer aanhang</li>
<li>de levens wijze van de meerderheid werd onderdrukt met Terreur door de minderheid</li>
<li> de sovjet-Unie geloofde dat de Amerikanen de minderheid hielp met economische en militaire steun</li>
</ul>
<p>-          Truman zij dat de Koude oorlog tot op het einde geleid zou worden door <strong>contaiment polititiek</strong> &gt; het indammen van het communisme</p>
<ul>
<li>De Amerikanen waren bang dat het communisme de rest van de wereld zou veroveren, dat deden ze dan van uit de sovjet unie</li>
<li>De Sovjet unie had niet alleen een groot leger ook kon het rekenen op hulp van de communistische partijen in de verschillende landen</li>
<li> De VS moest als leider van de vrije wereld een uitbereiding van het communisme zien te verkomen</li>
<li>Een rechtstreekse oorlog moest echter voorkomen worden</li>
<li>De oorlog moest gewonnen worden door indamming en dan zou het communisme van zelf bezwijken</li>
<li>van beide kanten werd het <strong>vijand beeld</strong> dus zwart gemaakt</li>
</ul>
<p>-          ondanks de Koude oorlog bleef de vrede bewaard, de kaart van Europa bleef tot het einden van de koude oorlog hetzelfde</p>
<ul>
<li>de VS en de Sovjet unie raakte verwikkelt in een <strong>wapenwedloop </strong>die geen einde kende</li>
<li>de Atoombommen waar mee de VS de vrede in Japan afdrong maakte grote indruk op Stalin, die begon meteen zelf met het ontwikkelen van atoom wapens</li>
<li>De Amerikanen hadden verwacht onkwetsbaar te zijn doordat ze verwachtte dat het nog jaren zou duren voor dat ook de Russen atoom wapens ontwikkeld hadden</li>
<li>Toen de Russen een Bom hadden ontwikkeld gingen de Amerikanen steeds zwaardere bommen ontwikkelen, de Supermachten konden met hun hoeveelheid bommen de hele wereld vernietigen</li>
<li> Chroestsjov voerde vanaf 1956 een politiek van <strong>Vreedzame co-existentie</strong> &gt; de strijd tussen het kapitalisme en communisme moest niet beslist worden door oorlog maar door economische concurrentie</li>
</ul>
<h2><strong>1.3  </strong><strong>Dekolonisatie</strong></h2>
<p>-          tot de 2<sup>e</sup> wereld oorlog hadden de Europese machten grote koloniale rijken opgebouwd</p>
<ul>
<li>de dekolonisatie in Afrika begon rond 1950 , in Azië al in 1945, in veel Aziatische kolonies was al in 1900 verzet ontstaan tegen de koloniale overheersing</li>
</ul>
<p>-          tijdens de Japanse overheersing streefde de kolonies naar nationalisme</p>
<ul>
<li>toen Japan op de knieën werd gebracht bleek het nationalisme al te veel aanhang te hebben om de macht in de kolonies te houden</li>
<li>Het Japanse bestuur viel van de ene op de andere dag, waardoor er een machtsvacuüm ontstond &gt; Nationalisten riepen toen de onafhankelijkheid uit</li>
<li>De verzwakte Europese landen konden dit niet meer terug draaien, veel landen legde zich neer bij de dekolonisatie</li>
<li>Alleen Frankrijk bleef in eerste instantie krachtig verzetten</li>
</ul>
<p>-          Stalin richtte zich voorral op Europa en niet op de kolonies, volgens het communisme moest het communisme het hebben van de arbeidklasse, de koloniale samelevingen warenechter agrarisch .</p>
<ul>
<li>De boeren waren gericht op privé bezit dit wilde de communisten echter afschaffen</li>
<li>Stalin splitste dan ook het nationalisme en het communisme van elkaar af, hier in waren de boeren wel geïnteresseerd</li>
<li>De sovjet unie voerde in Azië nauwelijks actieve politiek</li>
</ul>
<p>-          de Amerikanen hadden meer aandacht voor Azië, ook zij waren antikolonialistisch, dit kwam omdat zij zelf een kolonie geweest waren, en ook als eerste onafhankelijk werden</p>
<ul>
<li>tijdens de 2<sup>e</sup> oorlog verklaarde Amerika al dat het koloniale tijdperk voorbij was, de Europese mogendheden moesten naar de 2<sup>e</sup> wereld oorlog hun kolonies onafhankelijkheid geven</li>
<li>ze stimuleerde Engeland en Nederland hier toe, met Frankrijk werd voorzichtig gedaan, dit kwam omdat het verzet in deze kolonies onder communistische leiding stond</li>
<li>in Vietnam ontstond in 1946 een onafhankelijkheidsoorlog met de Fransen, de Amerikanen wisten niet goed was ze hier mee aan moesten, het zou erg veel geld kosten om de wereld van het communisme af te houden</li>
</ul>
<h2><strong>1.4 Koude oorlog in Azië</strong></h2>
<p>-          In China woede een burger oorlog tussen de communisten en de nationalisten, de VS en de Sovjet-Unie hadden hiervoor weinig belangstelling, maar dat veranderde toen de communisten in 1949  de macht grepen</p>
<ul>
<li>Stalin was verast door de overwinning van de communisten, hij was er echter erg blij mee</li>
<li>Nu konden ze de taken verdelen in de strijd tegen het imperialisme, China moest het voortouw nemen in Azië, de Sovjet unie in Europa, ze steunden de troepen met wapens en advies</li>
<li>Mao en Stalin deelden het vijandbeeld van de Amerikanen , ze beweerden dat Amerika niet beter was dan de koloniale onderdrukkers</li>
<li>De Amerikanen oefende invloed uit op de kolonies door middel van economische steun, ook hierdoor maakte zij gebruik van de grondstoffen die in het land te winnen waren en de afzetmarkt</li>
</ul>
<p>-          In de VS kwam machtsovername Mao over als een mokerslag, ook hadden de russen een tijdje daarvoor een atoomproef gedaan. Er ontstond paniek, mensen wisten niet of het communisme nog was terug te dringen</p>
<ul>
<li>de VS maakte geen verschil meer tussen belangrijke en minder belangrijke landen, in de strijd tegen het communisme was elk land belangrijk</li>
<li>de contaiment politiek moest wereldwijd worden ingevoerd</li>
<li>in 1950 viel Noord-Korea Zuid-Korea binnen, De Amerikanen twijfelde er niet aan dat dit deel uitmaakte van wereldwijd plan</li>
<li>de Amerikanen reageerde en rukte op naar de Chinese grens &gt; langdurige oorlog die in 1953 werd beëindigd. Grenzen bleven hetzelfde.</li>
</ul>
<p>-          De Korea oorlog Versterkte gevoel van VS dat ook daar iets moest gebeuren &gt; aantal legerbasissen werd fors uitgebreid</p>
<ul>
<li>de Amerikanen steunden anti communisme door: Economische, Politieke en militaire hulp te geven</li>
<li>met politieke steun probeerde de VS zogenaamde <strong>Marionettenregeringen</strong> min of meer in hun macht te houden</li>
<li>de militaire steun bestond vooral uit: geld voor wapens, en Advies</li>
<li>Amerikaanse strategie bleef tot in de jaren 60 gebaseerd op gedachte dat ze tegen groot machtsblok stonden</li>
<li>Na dood Stalin in1953 liepen de spanningen tussen de Sovjet-Unie en China hoog op</li>
<li>De Chinezen moesten niets hebben van de aanpak van chroestjov</li>
<li> Ook was er een verschil tussen het communisme in Rusland en in China, in Rusland was het communisme gebaseerd op de industrie in China op de landbouw</li>
<li>In 1960 leidde dit tot een openlijke breuk China kwam hierdoor in isolement terecht, dit veranderde niets aan Amerikaanse gedachte gang</li>
</ul>
<h2><strong>2.1 Vietnam onder de Fransen</strong></h2>
<p>-          Vietnamese waren strijdbaar, door grote Chinese invloed moest de onafhankelijkheid elke keer bevochten worden, echter konden ze niet op tegen de Fransen. 90% van de bevolking werkte in de landbouw,er was geen industrie, er waren dus ook geen moderne wapens wat zochten de fransen hier?</p>
<ul>
<li>In eerste plaats gingen ze op zoek naar macht en eer, er was namelijk een enorme wedloop om kolonies</li>
<li>In de 2<sup>e</sup> plaats was het economisch van beland, ze zochten naar grondstoffen en afzetmarkten voor hun goederen</li>
<li>Dit Gebeurde vooral in het zuiden waar de Mekongdelta gebruikt werd om rijst te verbouwen, de hoofdstad Saigon groeide uit to een belangrijke handelspost</li>
<li>Er stond een elite die katholiek was en op de Fransen was gericht</li>
</ul>
<p>-          de Elite bleef een kleine minderheid er wagen grote tegenstellingen aangezien de Vietnamese Boedistisch en Agrarisch waren.</p>
<ul>
<li>ze streefden zelf de opbrengst van de landen op</li>
<li>er was veel honger onder de mensen, de koloniale bestuurders waren erg arrogant</li>
<li>de latere leider Ho Chi Minh was erg tegen de fransen, er was geen sprake van gelijke rechten</li>
<li>het verzet tegen de fransen was door de fransen makkelijk te onderdrukken door dat het erg plaatselijk was, het protest was niet massaal genoeg</li>
</ul>
<p>-          Leider Vietnamese Communisten was <strong>Ho Chi Minh</strong> (1890-1969), Ho had al op jonge leeftijd hekel aan kolonialisme, in 1911 verliet hij land als Zeeman, hij werkte als arbeider in Engeland en de VS, aan einde 1<sup>e</sup> wereld oorlog ging hij in parijs wonen, daar zette hij zich in voor onafhankelijkheid in zijn land</p>
<ul>
<li>eerst vestigde Ho hoop op VS hij verwachte dat VS einde zou maken aan kolonisatie, dat gebeurde niet. Zo raakte hij onder indruk communistische revoluties, voorral van Lenin</li>
<li>maar Rusland probeerde de landen onder zijn invloed sfeer te brengen, was dit niet in strijd met nationalisme en onafhankelijkheid</li>
<li>Voor Ho was het Duidelijk Lenin was bondgenoot in strijd tegen Fransen</li>
</ul>
<h2><strong>Paragraaf 2.2 een koloniale oorlog</strong></h2>
<p>-          In 1930 wist Ho via Zuid China indo Chinese communistische partij op te richten, tegen de hongeroproepen traden fransen hard op, Ho bleef Partij leiden vanuit China, In 1941 keerde Ho terug naar Vietnam, daar stichtte hij samen met partij genoten <strong>VietMinh</strong> op.</p>
<ul>
<li>beweging onderleiding communisme, voor buitenwereld verborgen.</li>
<li>Onafhankelijkheid eerste doel, Ho gaf <strong>Vo Nguyen Giap </strong>opdracht om onder boeren soldaten te werven.</li>
<li>Vietminh opgericht tijdens WOII toen Vietnam bezet werd door Japanners, Ho verwachtte machtsvacuüm na oorlog &gt; unieke kans macht te grijpen</li>
<li>Een dag Na dat Japan op 15 Augustus 1945 capituleerde, gaf Viet Minh sein voor opstand, omdat Fransen Troepen nog niet terug waren had Viet Minh binnen 2 weken land in handen, waarna Ho op 2 September onafhankelijkheid uitriep</li>
</ul>
<p>-          Net als eind WOI hoopte Ho op Hulp VS, Ho deed best om relatie VS goed te houden, Toch stelden Amerikanen hem teleur, ze lieten Fransen gang gaan in Vietnam.</p>
<ul>
<li>Fransen kwamen in 1946 weer in Vietnam, namen vanaf zuiden langzaam land in, Amerikanen hielpen Ho niet omdat ze wisten dat Ho communist was</li>
<li>Fransen waren slecht op gewassen tegen <strong>Guerrillatactiek</strong> VietMinh, ze hadden steden onder controle, kregen geen vat op platteland</li>
</ul>
<p>-          tot 1950 kreeg Ho geen hulp van buiten, Communistische machtsovername China veranderde situatie, ook Stalin had nu belangstelling voor Azië , China erkende Democratische Republiek Vietnam</p>
<p>*  China leverde wapens en adviseurs</p>
<p>* 2 weken later erkenning sovjet unie, ook Stalin beloofde hulp</p>
<p>* Frankrijk stelde op aandringen Amerikanen door Vietnamse regering in te stellen die nauw verbonden was met Franse regering, Frankrijk hield macht</p>
<p>* VS steunde Fransen met geld en wapens, dit was volgens contaimentpolitiek van belang</p>
<h2><strong>Paragraaf 2.3 Bedrog van Geneve</strong></h2>
<p>-          Amerikanen betaalden groot deel oorlog aan Fransen, eind jaren 50 sloeg oorlogsmoeheid toe &gt; werd besloten tot vredesconferentie, <strong>Conferentie van Geneve</strong></p>
<ul>
<li>in aanloop naar conferentie probeerde beide partijen doorbraak te forceren &gt; Slag in afgelegen berg vallei bij Dien Bien Phu,</li>
<li>16 000 fransen militairen tegen 50 000 Vietnamese  vrijheidsstrijders, Fransen waren verast over hoeveelheid troepen en wapens Viet Minh had</li>
<li>Fransen vroegen VS om hulp d.m.v. Bombardementen, VS weigerde</li>
<li>6 mei 1954 een dag voor Geneefse confferentie won de Viet Minh de slag&gt; de Vietminh had groot deel Vietnam in handen</li>
</ul>
<p>-          VS wilde niet dat Vietnam communistisch werd, als dit gebeurde zou rest Azië ook communistisch worden &gt; <strong>domino theorie</strong>, dit zou bedreiging zijn voor kapitalistische landen, Amerikanen met tegenzin naar Geneve, daar werd agesproken:</p>
<ul>
<li>land  verdelen, communisten terugtrekken ten noorden 17<sup>e</sup> breedte graad, zuiden werd kapitalistisch</li>
<li>Noord en Zuid Vietnam mochten troepen niet versterken</li>
<li>Juli 1956 &gt; nationale nieuwe verkiezingen, hereniging land</li>
<li>Fransen binnen 2 jaar teruggetrokken</li>
</ul>
<p>-          Ho niet te vrede met <strong>Geneefse akkoorden</strong>, moest veroverd grondgebied afstaan, VS dreigde met oorlog als ze zin niet kregen, Ho ging toch akkoord, na 2 jaar waren er toch nieuwe verkiezingen</p>
<ul>
<li>in 1955 verwierpen Amerikanen te gaan praten over verkiezingen, Verkiezingen zouden niet eerlijk verlopen</li>
<li>Sovjet unie en China verzette zich niet tegen afschaffen verkiezingen, Noord Vietnam was buffer zone China</li>
</ul>
<h2><strong>Paragraaf 2.4 Noord en Zuid groeien uit een</strong></h2>
<p>-          communisten noord Vietnam richtte zich eerst op interne revolutie, naar op bouw communisme noord Vietnam</p>
<ul>
<li>het werd een partij staat, anders denkende werden vervolgd</li>
<li>invoering communistische economie gebeurde geleidelijk, voormalige fransen plantages werden staats bezit, Particulier werd met rust gelaten</li>
<li>Economie stond er slecht voor, extra klap door dat 800 000 mensen vertrokken naar Zuid Vietnam, onder hen veel geschoold personeel, hierdoor kwam Noor vrijwel zonder geschoold personeel te zitten, China schoot te hulp &gt; stuurde Managers en technici</li>
<li>Grond werd herverdeeld naar Chinees voorbeeld, Grond verraders en vijanden werd aan arme boeren gegeven, zo kregen ze veel steun arme boeren, de Vijand werd uitgeschakeld en Voedsel productie werd opgevoerd</li>
<li>Plan liep uit de hand &gt; Boeren werden opgehitst &gt; Duizenden boeren vermoord</li>
<li>Wel kregen 2 miljoen families grond, Productie nam toe met 40%</li>
<li>Nu het in landbouw goed ging werd er communistische plan economie ingesteld, Grond de handel en industrie kwamen in handen staat</li>
<li>In 1961 ging vijfjaren plan van start &gt; opbouw naar zware industrie, toen VS noord Vietnam ging bombarderen kwam opbouw stil te liggen</li>
</ul>
<p>-          VS hoopte in Zuid Vietnam kapitalistische democratie op te bouwen, Zietnamezen zouden communisme vergeten en superioriteit kapitalisme inzien</p>
<ul>
<li>Ngo Dihn Diem, een zwaar katholiek gelovige, kreeg taak Vietnam te leiden, hij wou niks te maken hebben met Vietminh en koloniale overheersing daarom vluchtte hij in 1951 naar Amerika</li>
<li>Tijdens conferentie Geneve werd hij onder druk VS tot premier Zuid Vietnam benoemd</li>
<li>VS pompte miljarden Euro’s in economie Zuid Vietnam, Diem investeerde dat in politiestaat, hij trok alle macht naar zich toe en benoemde familieleden op belangrijke posities, er was erg veel corruptie</li>
</ul>
<p>-          VS wilde dit door vingers zien als Diem succes had bij bestrijding communisme, na 2 deling Vietnam ontvluchte 130 000 mensen land, enkele duizenden bleven achter, zij pleegde terreuraanslagen Diem trad kei hard op</p>
<ul>
<li>in 1959 waren slechts maar paar honderd communisten over rest was vermoord of geplaatst in concentratie kampen</li>
</ul>
<p>Diem werd held in VS, economie zou ook moeten groeien &gt; gebeurde niet er kwam nauwelijks industrie armoede bleef groot, regime Diem was niet populair.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-geschiedenis/dekolonisatie-en-koude-oorlog-van-vietnam/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Werkplaats Strijd om Europa</title>
		<link>http://www.schoolsamenvatting.nl/vwo-geschiedenis/werkplaats-strijd-om-europa/</link>
		<comments>http://www.schoolsamenvatting.nl/vwo-geschiedenis/werkplaats-strijd-om-europa/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 20 Jan 2012 21:51:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[VWO-geschiedenis]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.schoolsamenvatting.nl/?p=1112</guid>
		<description><![CDATA[Uploader: Lisa Niveau: VWO Vak: Geschiedenis Omschrijving: Met behulp van deze samenvatting over het katern &#8220;Strijd om Europa&#8221;  ben je straks optimaal voorbereid om je examen, toets of proefwerk. Het gaat om de methode werkplaats voor geschiedenis. Hieronder kun je de samenvatting lezen of downloaden in een pdf formaat. 1.1  De opkomst van Karel Frankrijk: gesticht [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Uploader: </strong>Lisa<br />
<strong>Niveau: </strong>VWO<br />
<strong>Vak:</strong> Geschiedenis</p>
<p><strong>Omschrijving: </strong>Met behulp van deze samenvatting over het katern &#8220;Strijd om Europa&#8221;  ben je straks optimaal voorbereid om je examen, toets of proefwerk. Het gaat om de methode werkplaats voor geschiedenis. Hieronder kun je de samenvatting lezen of downloaden in een pdf formaat.</p>
<span class="sb_download"><strong>Download (pdf): </strong><a href="http://www.schoolsamenvatting.nl/wp-content/uploads/2012/01/Strijd-om-europa-samenvatting-werkplaats-geschiedenis.pdf">Strijd-om-europa-samenvatting-werkplaats-geschiedenis.pdf</a></span>
<h2><strong>1.1  </strong><strong>De opkomst van Karel</strong></h2>
<p>Frankrijk: gesticht door Clovis in de 6e eeuw (Francië, bestuurd door Merovingers)</p>
<table border="1" cellspacing="0" cellpadding="0">
<tbody>
<tr>
<td valign="top" width="205"><strong>3 gebieden</strong><strong></strong></td>
<td valign="top" width="205"><strong>Waar</strong></td>
<td valign="top" width="205"><strong>Sinds</strong></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="205">Austrasië</td>
<td valign="top" width="205">Noord-Oost Frankrijk, Oost-belgië en het Duitse Rijnland</td>
<td valign="top" width="205">Pipijns voorouders waren sinds 600 hofmeisers</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="205">Neustrië</td>
<td valign="top" width="205">Rest van Noord-Frankrijk</td>
<td valign="top" width="205">Bezitten Pipijns voorouders eind 7<sup>e</sup> eeuw</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="205">Aquitanië</td>
<td valign="top" width="205">Zuid-West Frankrijk</td>
<td valign="top" width="205">Vlak voor Pipijns dood onderworpen</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p>Pipijn: 751 tot koning gezalfd &gt; Begin Karolingische dynastie</p>
<p>Na dood van Pipijn, in 768, werd het rijk onder zijn 2 zoons verdeeld (Karloman en Karel).</p>
<p>Na de dood van Karloman, 4 december 771, kreeg Karel het in zijn geheel in handen.</p>
<p>Op 29-jarige leeftijd was Karel de Grote (742-814) de dominerende figuur tussen de Atlantische kust, de Pyreneeën en de Rijn.</p>
<h2><strong>1.2 </strong><strong>Karels veroveringen</strong></h2>
<p>Karel was een kruisvaarder: hij streed voor het christendom. (Meer succes dan wie dan ook)</p>
<p>Toen Karel alleenheerser werd, stond zijn rijk er al goed voor: Hij had de steun van de kerk en het islamitische gevaar was geweken.</p>
<p>(Rond 730 had zijn grootvader Karel Martel de schijnbaar eindeloze opmars van het Moorse leger bij Loire in Midden-Frankrijk gestuit. Ze hadden zich terug getrokken achter de Pyreneeën, maar waren een bedreiging gebleven, tot in 750 het islamitische wereldrijk uiteenviel.)</p>
<p>Gevaar nu uit noorden en oosten: Germaanse stammen, deze werden weer opgejaagd door Slavische stammen en nomadische volkeren uit de Aziatische steppen.</p>
<p>772 – 785: Karel valt Saksische stammen uit Noord-Duitsland aan zodra hij alleenheerschappij had. (Dit volk vormde namelijk grote bedreiging).</p>
<p>De Franken waren militair superieur o.a. door gebruik van stijgbeugels. (Wel moeite met vasthouden van hun veroveringen)</p>
<p>In veroverd gebied bouwde hij kerken en kloosters en dwong hij de bevolking zich te bekeren, maar Saksen bleven opstandig          wrede uitputtingsoorlog.</p>
<p>Karel bood leider Widukind vrede aan als hij zich bekeerde, maar hielp niet.</p>
<p>Pas in 802 verzet gebroken.</p>
<p>Rond 800 behoorde heel Europa van de Noordzee tot en met de Pyreneeën, en van de Atlantische Oceaan tot en met de Oder en Donau tot zijn rijk.</p>
<p>Voor het eerst waren er grote gebieden voor het christendom veroverd die nooit tot het Romeinse rijk hadden behoord.</p>
<p>Hij gaf de paus militaire ondersteuning tegen de Langobarden en werd als beloning hiervoor op kerstavond 800 tot keizer gezalfd.</p>
<p><em>Waarom zoveel oorlogen?</em></p>
<ol>
<li>Defensie: hij wilde veilige grenzen</li>
<li>Verspreiden van het christendom (kerstening)</li>
<li>Agressieve aard van de Frankische elite (Niet vrede, maar strijd was een hoog goed)</li>
</ol>
<p>Karolingische rijk was geen staat, maar een feodaal rijk.</p>
<h2><strong>1.3 </strong><strong>Karels erfenis</strong></h2>
<p>Karel stierf op 28 januari 814.</p>
<p>Kenmerken van Karel’s rijk:</p>
<ol>
<li>Vrede en veiligheid</li>
<li>Bloeiende handel en nijverheid</li>
<li>Wetgeving en ordehandhaving</li>
</ol>
<p>Begin rijkseenheid o.l.v. Karel:</p>
<p>-         Rijkswetten (Wel volkeren onder eigen wetten laten leven, zoals eigen taal en gebruiken)</p>
<p>-         Ambtenaren om naleving van deze wetten te controleren (Gazanten controleerde de ambtenaren)</p>
<p>813:     Karel’s zoon Lodewijk keizer</p>
<p>Na 814 viel het rijk snel uiteen in 3 stukken: West-Francie, Oost-Francie en een langgerekt middenrijk. (30jr later middenrijk weg)</p>
<p>9<sup>e</sup> eeuw: andere volkeren vielen het rijk binnen (Arabieren, Hongaren en Vikingen).</p>
<p><em>Wat is zijn erfenis?</em></p>
<ol>
<li>Verbondenheid Europeanen door Christendom</li>
</ol>
<p>De paus werd leider van de kerk</p>
<h2><strong>2.1</strong><strong>      </strong><strong>De opkomst van Napoleon</strong></h2>
<p>Nabulione Bonaparte: Napoleon (1769-1821) geboren op Corsica.</p>
<p>Hij was van lagere komaf, maar zeer succesvol in het leger.</p>
<p>1<sup>e</sup>  3jaar van de Franse democratische revolutie (1789-1791) vluchtte al de helft van de adellijke officieren naar het buitenland.</p>
<p>In 1792 verklaarde het revolutionaire Frankrijk Oostenrijk en Pruisen de oorlog, omdat die van plan zouden zijn om samen met gevluchte Franse edelen Frankrijk binnen te vallen.</p>
<p>Grote spanningen GB en Nederlandse Republiek, door bevrijding België.</p>
<p>Januari 1793:  Lodewijk XVI onthoofdt. (Ook opstanden tegen de revolutie)</p>
<p>In 1793 onderscheidde Napoleon zich met een brutale operatie, waardoor de marinestad Toulon werd veroverd op een contrarevolutionair leger en een Britse vloot.</p>
<p>Als beloning werd hij op 24 jarige leeftijd generaal. (1793)</p>
<p>1795:   leiding over de verdediging van Parijs          succes en als beloning legercommandant   in Italië welke hij bevrijdde v.d. Oostenrijkers</p>
<p>1797:   vrede, Zwitserland, Italië en Nederland werden zusterrepublieken van Frankrijk</p>
<p>Pruisen had zich teruggetrokken uit de oorlog. Frankrijk was alleen nog in de oorlog met GB, dat echter geen troepen op het continent had.</p>
<p>Napoleon bezet zelf Egypte om Engeland te dwarsbomen, maar laat zijn soldaten in de woestijn achter om in 1799 weer naar Frankrijk terug te gaan. (Door alarm van bedreiging Frankrijk door GB, Oostenrijk en Rusland)</p>
<p>Dit exotische avontuur heeft Napoleon een reputatie van onoverwinnelijkheid bezorgd.</p>
<p>Machtsovername Frankrijk, vrede met Rusland en Oostenrijk verslagen (Ook binnenlandse rust),  verzoening met de kerk.</p>
<p>Keizerskoning 1804-1815</p>
<h2><strong>2.2</strong><strong>      </strong><strong>De Napoleontische oorlogen</strong></h2>
<p>1802:   vrede met Engeland</p>
<p>Het Franse nationalisme was sterk en agressief: ideeën van vrijheid door heel Europa verspreidt.</p>
<p>Doel:               Verenigd Europa o.l.v. Frankrijk <em>(La Grande Nation)</em> met Parijs als hoofdstad.</p>
<p>1803:   Franse vloot door de Engelsen vernietigd bij Trafalgar (Zuid-Spaanse kust)</p>
<p>- Wel succes op het continent</p>
<p>1805:   Russische coalitie met Oostenrijk en Engeland.</p>
<p>- Toch door Napoleon verslagen bij Austerlitz (eind 1805)</p>
<p>Pruisen verklaart de oorlog, ook verslagen.</p>
<p>In Polen worden Rusland en de Oostenrijkers verslagen.</p>
<p>1810:   Toppunt macht Napoleon</p>
<p>Bondgenootschap met Oostenrijk:    huwelijk met dochter v.d. keizer bevestigde dit.</p>
<p>-         Vazalstaten (geregeerd door familieleden en andere leden van zijn clan)</p>
<p>-         In Spanje: broer op de troon</p>
<p>Redenen voor succes:</p>
<p>1.         Frankrijk had: &#8211; meeste inwoners</p>
<p>- sterkste economie</p>
<p>- grootste leger (vrijwilligers en in 1793 <strong>levée en masse                                                  (= dienstplicht)</strong>)</p>
<p>2.         Napoleon was militair genie (gebruikten dezelfde middelen beter)</p>
<p>3.         Onderlinge verdeeldheid andere mogendheden(= machtige landen)</p>
<p>Handelsblokkade tegen Engeland, maar de tsaar werkte niet mee.</p>
<p>Gevolg:           25 juni 1812, Napoleon valt Rusland binnen</p>
<p>Probleem:       &#8211; Franse soldaten “leven van het land”</p>
<p>- Russische winter</p>
<p>1813:           Grote coalitie:                Door Spaans-Brits leger verbannen uit Spanje, daarna Leipzig, daarna terug verdreven tot Parijs (31 maart 1814).</p>
<p>Napoleon wordt naar Elba verbannen, maar keert na een jaar alweer terug in Frankrijk.</p>
<p>28 juni 1815:   definitief verslagen bij Waterloo</p>
<p>Napoleon verbannen naar St. Helena, waar hij in 1821 overleed.</p>
<h2><strong>2.3</strong><strong>      </strong><strong>De erfenis van Napoleon</strong></h2>
<p>Erfenis:</p>
<ol>
<li>Oorlogen totalitair</li>
<li>Privileges adel e.d. niet herstelt</li>
<li>De meeste landen hadden na 1815 een grondwet en parlement (basis voor democratisering)</li>
<li>Opkomst politieke stromingen (liberalisme en socialisme)</li>
<li>Duitsland als nieuwe grootmacht (1871: Stichting Duitse staat) en ook Italië (in 1861) vervormde zich tot een natiestaat</li>
</ol>
<p>Nadat de Fransen in 1795 de Republiek waren binnengetrokken, riepen democratische burgers de Bataafse Republiek uit, die in 1798 een democratische grondwet kreeg.</p>
<p>Nederland kreeg in 1798 voor het eerst een nationale regering en een nationaal ambtenarenapparaat (= bestond uit 8 agentschappen, de voorlopers van de ministeries, die eenwording van Nederland verder doorvoerden)</p>
<p>Ook golden voortaan voor alle staatsburgers dezelfde belastingregels.</p>
<p><span style="text-decoration: underline;">Gevolgen</span> voor de Republiek (NL):</p>
<ol>
<li>Eenheidsstaat</li>
<li>Nationaal onderwijs (1806: schoolwet)</li>
<li>ABN</li>
<li>Wetboeken</li>
<li>Decimale stelsel</li>
</ol>
<p>Na de verdrijving van de Fransen nam koning Willem I alle vernieuwingen over. Hij verving alleen de franc door de gulden.</p>
<p>Invloed / macht / persoonlijkheid is vergelijkbaar met Karel de Grote.</p>
<h2><strong>3.1           </strong><strong>Hitler en het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog</strong></h2>
<p>In 1913 vluchtte Hitler naar Munchen om zich aan de Oostenrijkse dienstplicht te onttrekken.</p>
<p>WO I gaf Hitler zijn levensvervulling. (Augustus 1914, Hitler meldde zich bij het Duitse leger en diende 4 jaar aan het westelijk front)</p>
<p>Vrede van Versailles (Dictaat van Versailles): 1918/1919</p>
<ol>
<li>Herstelbetalingen</li>
<li>Leger van max. 100.000 man</li>
<li>Grondgebied en koloniën kwijt</li>
<li>Elzas-Lotharingen naar Frankrijk</li>
<li>Officieel de schuld</li>
</ol>
<p>Dolkstootlegende</p>
<p>Republiek van Weimar:         democratisch</p>
<p>- Na WO I:       Groei antidemocratische bewegingen</p>
<p>Hitler lid v.d. NSDAP</p>
<p>1923:   Ruhrgebied bezet          regering gaat geld bijdrukken        hyperinflatie</p>
<p>1929:   beurskracht         handel stort in, werkloosheid</p>
<p>1933:  Hitler rijkskanselier</p>
<p>Opbouw <strong>totalitaire staat (= overheid heeft alle aspecten v.h. dagelijks leven in handen)</strong></p>
<p>Steun v.d. bevolking door rust en welvaart <em>(= overeenkomst met Napoleon)</em></p>
<p>1935:   invoering dienstplicht</p>
<p>1936:   Wehrmacht trekt Rijnland binnen</p>
<p>1938:   Oostenrijk geannexeerd en Duits Sudetenland bezet (Tsjecho-Slowakije)</p>
<p>1939:   Heel Tsjechië bezet en 23 augustus: Duitsland: non-agressiepact met Sovjet-Unie</p>
<p>Houding van het buitenland: <span style="text-decoration: underline;">appeasementpolitiek</span> (= politiek gericht op het bewaren van de vrede)</p>
<p>1 september 1939 = keerpunt:          aanval Polen</p>
<p>GB + Frankrijk verklaren Duitsland de oorlog, <span style="text-decoration: underline;">BEGIN WOII</span></p>
<p>1941:   Pearl Harbor         Amerika</p>
<h2><strong>3.2 </strong><strong>De Tweede Wereldoorlog</strong></h2>
<p>Eind 1941 beheerste Hitler bijna het hele Europese continent. (Zijn macht reikte verder dan die van Napoleon =gevolg van de industriële revolutie)</p>
<p>Waarom was Hitler zo succesvol?</p>
<ol>
<li>Sterkste leger</li>
<li>Duitsland had de grootste industriële productie</li>
<li>Hoogste inwonersaantal</li>
<li>Geen tweefrontenoorlog (door pact met Stalin)</li>
<li>Agressieve en gewaagde acties</li>
<li>Gebrek aan strijdlust van de tegenstanders</li>
</ol>
<p>Alleen GB als tegenstander</p>
<p>Hitlers missie tijdens de WOII:          lebensraum en uitroeiing van het joodse ras.</p>
<p>Hitlers achterban stond onvoorwaardelijk achter hem, net als bij Karel en Napoleon.</p>
<p>Net als Napoleon ging Hitler ten onder aan expansiezucht (= steeds groter/meer willen).</p>
<p><span style="text-decoration: underline;">Battle of Britain</span> (= Duitsland probeerde ook GB te veroveren. Ze hadden het luchtruim overwonnen en toen gingen ze alle steden bombarderen. Uiteindelijk is dit ze niet gelukt)</p>
<h2><strong>3.3 </strong><strong>De erfenis van Hitler</strong></h2>
<p><em>Stunde Null</em> door oorlog: Duitsland moest zelf ook opnieuw opbouwen</p>
<p>1945:   conferentie van Jalta</p>
<p>- Sovjet Unie, Frankrijk en GB krijgen bezettingszones in Duitsland</p>
<p>Roosevelt:       Oprichter Verenigde Naties (VN), o.l.v. een Veiligheidsraad</p>
<p>Sovjet Unie, GB, VS, China en Frankrijk hadden vaste zetels en het <span style="text-decoration: underline;">vetorecht</span>.</p>
<p>Vanaf 1946          ijzeren gordijn (Winston Churchill)</p>
<p>- Duitse tweedeling</p>
<ul>
<li>West:  BRD     &#8211; Democratisch           (Frankrijk, GB, VS)</li>
<li>Oost:   DDR     &#8211; Communistisch        (Sovjet Unie)</li>
</ul>
<p>Verder werd Berlijn ook nog verdeeld.</p>
<p>Duitse deling was de directe erfenis van Hitler(!!!)</p>
<p>-           Geen bestuurlijke erfenis achtergelaten</p>
<p>-           Wel totalitaire gedachtegoed afgewezen:   democratie overwint (door Hitler’s ondergang)</p>
<p>Europese eenvoud werd op gang gezet.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.schoolsamenvatting.nl/vwo-geschiedenis/werkplaats-strijd-om-europa/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Biologie voor jou hoofdstuk 2</title>
		<link>http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-natuurkunde/biologie-voor-jou-hoofdstuk-2/</link>
		<comments>http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-natuurkunde/biologie-voor-jou-hoofdstuk-2/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 15 Jan 2012 19:03:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[HAVO-natuurkunde]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.schoolsamenvatting.nl/?p=1105</guid>
		<description><![CDATA[Uploader: Juul Niveau: HAVO Vak: Biologie Omschrijving: Een samenvatting van hoofdstuk 2 &#8220;stoffen en hun eigenschappen&#8221; van de methode Biologie voor jou voor de HAVO. Deze 2 pagina telde samenvatting is ideaal voor het leren van dit hoofdstuk. Alles staat netjes opgesomd. Je kunt hem hieronder zien of downloaden. Hoofdstuk 2: stoffen en hun eigenschappen Paragraaf 1: stoffen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Uploader: </strong>Juul<br />
<strong>Niveau: </strong>HAVO<br />
<strong>Vak:</strong> Biologie</p>
<p><strong>Omschrijving: </strong>Een samenvatting van hoofdstuk 2 &#8220;stoffen en hun eigenschappen&#8221; van de methode Biologie voor jou voor de HAVO. Deze 2 pagina telde samenvatting is ideaal voor het leren van dit hoofdstuk. Alles staat netjes opgesomd. Je kunt hem hieronder zien of downloaden.</p>
<span class="sb_download"><strong>Download (pdf):</strong> <a href="http://www.schoolsamenvatting.nl/wp-content/uploads/2012/01/Natuurkunde-biologie-voor-jou-hoofdstuk-2.pdf">Natuurkunde-biologie-voor-jou-hoofdstuk-2.pdf</a></span>
<h2>Hoofdstuk 2: stoffen en hun eigenschappen</h2>
<h3>Paragraaf 1: stoffen</h3>
<p>Stofeigenschappen: kenmerken waaraan je een stof kunt herkennen.</p>
<p>Voorbeeld:</p>
<p>-          Kleur: koper is rood, aluminium is grijs.</p>
<p>-          Geur: alcohol heeft een andere geur dan terpentine.</p>
<p>-          Smaak: suiker smaakt zoet, keukenzout smaakt zout.</p>
<p>-          Brandbaarheid: benzine is brandbaar, water niet.</p>
<p>Sommige stoffen zijn gevaarlijk:</p>
<p>-          Inademen</p>
<p>-          Inslikken</p>
<p>-          Op je kleren, op je huid of in je ogen</p>
<p>-          Bij vuur</p>
<p>-          Met een andere stof mengen</p>
<p>Waarschuwingen op verpakkingen, dat zijn meestal pictogrammen:</p>
<p>Flessen met gevaarlijke stoffen hebben vaak kinderveilige doppen, zodat kinderen er niet aan kunnen komen.</p>
<h3>Paragraaf 2: materialen</h3>
<p>Materialen: stoffen waar je dingen van kunt maken.</p>
<p>Materialen: metalen, glas, kunststoffen en keramische materialen.</p>
<p>Metalen:</p>
<p>-          Kunnen ingedeukt worden maar niet breken</p>
<p>-          Zijn niet doorzichtig</p>
<p>-          Kunnen slecht tegen bijtende stoffen</p>
<p>Verschillen tussen metalen:</p>
<p>-          Sommige roesten (goud en zilver niet, ijzer wel).</p>
<p>-          Sommige zijn makkelijk te vervormen (lood) andere zijn veerkrachtig(staal).</p>
<p>-          Sommige zijn licht (aluminium) andere zwaar (lood en kwik).</p>
<p>-          Sommige smelten bij lage (lood)andere bij hoge (ijzer)temperaturen.</p>
<p>-          Sommige zijn magnetisch (ijzer en nikkel) en andere niet.</p>
<p>Overeenkomsten tussen metalen:</p>
<p>-          Ze glanzen (als het schoon is)</p>
<p>-          Ze geleiden elektriciteit</p>
<p>-          Goede warmteleiders</p>
<p>Legering:</p>
<p>2 (of meer) metalen die je bij elkaar doet, zodat ze sterker worden;</p>
<p>-          Brons: 90% koper en 10%  tin.</p>
<p>-          Messing (geel koper): 70% koper en 30% zink.</p>
<p>-          Staal: 99% ijzer en 1% koolstof.</p>
<p>-          Soldeertin:  50% lood en 50% tin.</p>
<p>Glas:</p>
<p>-          Zijn doorzichtig.</p>
<p>-          Kun je niet indeuken/buigen wel breken (scherven zijn scherp).</p>
<p>-          Hebben een glad opp. vlak dat goed schoon te maken is.</p>
<p>Kunststoffen:</p>
<p>Polytheen: minder breekbaar dan glas, er kunnen makkelijk krassen op komen, het is doorzichtig, slecht bestand tegen hoge temperaturen  en bijtende stoffen.</p>
<p>Statieflessen: PET (polyester).</p>
<p>Keramische materialen:</p>
<p>Keramische materialen: gebakken in de oven:</p>
<p>-          Kun je niet buigen maar wel breken.</p>
<p>-          Zijn niet doorzichtig.</p>
<p>-           Zijn goed bestand tegen hoge temperaturen.</p>
<p>-          Zijn goed bestand tegen bijtende stoffen.</p>
<p>Steen, tegels, bordjes, porselein.</p>
<h2>Paragraaf 3: massa en volume</h2>
<p>Massa: gewicht (eenheid:gr of kg).</p>
<p>-          1 ton = 10000 kilogram (kg)</p>
<p>-          1 kilogram = 1000 gram (gr)</p>
<p>-          1 gram = 1000 milligram (mg)</p>
<p>Volume: ruimte die het inneemt.</p>
<p>Cilinder: pi x r2 + de hoogte</p>
<p>-          1 m2 = 100 dm2</p>
<p>-          1 dm2 = 100 cm2</p>
<p>-          1 m3 = 1000 dm3</p>
<p>-          1 dm3 = 1000 cm3</p>
<p>Volume van vloeistoffen:</p>
<p>-          1 l = 1000 ml</p>
<p>-          1 l = 100 cl</p>
<p>-          1 ml = 1cm3 (cc)</p>
<p>Onderdompelmethode:</p>
<p>Doe water in een reageerbuisje en doe er een steen bij kijk hoeveel het water omhoog is gekomen en dat is dan je antwoord.</p>
<h3>Paragraaf 4: dichtheid</h3>
<p>Massa + volume = verschillende eigenschappen</p>
<p>Zwaarte = dichtheid.</p>
<p>Hoe bepaal je de dichtheid:</p>
<ul>
<li>Neem een voorwerp en een hoeveelheid van die stof.</li>
<li>Bepaal massa en volume.</li>
<li>Deel de massa door volume.</li>
<li>Je hebt dan de hoeveelheid gram per cm3 .</li>
</ul>
<p>Denk bij het antwoord aan de eenheid.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-natuurkunde/biologie-voor-jou-hoofdstuk-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>M&amp;O in balans hoofdstuk 16, 17, 18 en 19</title>
		<link>http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-mo/mo-in-balans-hoofdstuk-16-17-18-en-19/</link>
		<comments>http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-mo/mo-in-balans-hoofdstuk-16-17-18-en-19/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 15 Jan 2012 13:14:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[HAVO-M&O]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.schoolsamenvatting.nl/?p=1099</guid>
		<description><![CDATA[Uploader: Iris Niveau: HAVO Vak: Management &#38; Organisatie Omschrijving: Een samenvatting van hoofdstuk 16 (Marketing), hoofdstuk 17 (Productiebeleid), hoofdstuk 18 (prijs- distributiebeleid) en hoofdstuk 19 (Communicatiebeleid) van management en organisatie in balans voor de HAVO.  Heldere structuur door de opdeling in paragrafen. Hij is hieronder te zien en downloaden als pdf. Hoofdstuk 16 Marketing 16.1 Strategische doelstellingen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Uploader: </strong>Iris<br />
<strong>Niveau: </strong>HAVO<br />
<strong>Vak:</strong> Management &amp; Organisatie</p>
<p><strong>Omschrijving: </strong>Een samenvatting van hoofdstuk 16 (Marketing), hoofdstuk 17 (Productiebeleid), hoofdstuk 18 (prijs- distributiebeleid) en hoofdstuk 19 (Communicatiebeleid) van management en organisatie in balans voor de HAVO.  Heldere structuur door de opdeling in paragrafen. Hij is hieronder te zien en downloaden als pdf.</p>
<span class="sb_download"><strong>Download (pdf): </strong><a href="http://www.schoolsamenvatting.nl/wp-content/uploads/2012/01/MO-samenvatting-havo-in-balans-hoofdstuk-16-17-18-19.pdf">M&amp;O-samenvatting-havo-in-balans-hoofdstuk-16-17-18-19.pdf</a></span>
<h2>Hoofdstuk 16 Marketing</h2>
<p><strong>16.1</strong><br />
Strategische doelstellingen van elke organisatie:</p>
<ul>
<li>het nastreven van continuïteit, en daarmee samenhangend bij een onderneming</li>
<li>het behalen van winst</li>
</ul>
<p>Marketingdoelstellingen:</p>
<ul>
<li>het behalen van een bepaalde afzet</li>
<li>het vergroten van het marktaandeel</li>
<li>het behalen van een bepaalde winst</li>
<li>het verbeteren van het imago</li>
</ul>
<p>Strategisch: doelstellingen die voor een lange termijn zijn.<br />
Tactisch: doelstellingen voor een middellange termijn (enkele jaren).</p>
<p>Onderdelen van het marketingbeleid:</p>
<ul>
<li>productbeleid</li>
<li>prijsbeleid</li>
<li>promotiebeleid of communicatiebeleid</li>
<li>plaatsbeleid of distributiebeleid</li>
</ul>
<p>De hierboven genoemde marketinginstrumenten noemen we ook wel de 4 p’s.</p>
<p><strong>16.2</strong><br />
Marktonderzoek: het systematische onderzoek naar de afzetmogelijkheden van een bepaald product in een gebied gedurende een zekere periode.</p>
<p>Bij marktonderzoek maken we onderscheid tussen:</p>
<ul>
<li>deskresearch: gebeurt van achter het bureau.</li>
<li>fieldresearch: dit wordt gedaan wanneer deskresearch niet voldoende oplevert. De onderzoeker gaat dan op zoek naar informatie die nog niet in de onderneming (of op internet) aanwezig is. Bijvoorbeeld door een enquête in te laten vullen.</li>
</ul>
<p><strong>16.3</strong><br />
Afzet van een onderneming in een bepaald gebied<br />
gedurende een bepaalde periode<br />
Marktaandeel: totale afzet in een bepaald gebied x 100%<br />
gedurende een bepaalde periode<br />
Omzet van een onderneming in een bepaald gebied<br />
gedurende een bepaalde periode<br />
Marktaandeel: totale omzet in een bepaald gebied x 100 %<br />
gedurende een bepaalde period</p>
<p>Marktleider: de onderneming met het grootste marktaandeel.<br />
Marktpositie: de plaats die de onderneming met haar producten inneemt in de markt ten aanzien van de concurrentie.</p>
<p><strong>16.4</strong><br />
Marktsegmentatie: als een onderneming voor een bepaald product de totale markt opsplitst in een aantal kleine, min of meer homogene deelmarkten.<br />
Bij bepaling van de doelgroepen onderscheiden we drie mogelijkheden:<br />
- ongedifferentieerde marketing: dan brengt de onderneming maar 1 product in 1 enkele variant op de markt.<br />
- Gedifferentieerde marketing: dan brengt de onderneming een product in verschillende varianten op de markt.<br />
- Geconcentreerde marketing: hierbij richt een onderneming zich op 1 of meerdere deelmarkten.</p>
<p>Bij ongedifferentieerd en gedifferentieerde marketing richt de onderneming zich op vrijwel de gehele markt.<br />
Bij geconcentreerde marketing concentreert de onderneming zich op een bepaald segment.</p>
<p><strong>16.5</strong><br />
Niet-commerciële organisaties:</p>
<ul>
<li>Overheid</li>
<li>Belangengroeperingen</li>
<li>Onderwijsinstellingen</li>
<li>Liefdadigheidsinstellingen</li>
</ul>
<h2>Hoofdstuk 17 Productiebeleid</h2>
<p><strong>17.1</strong></p>
<p>Product: het geheel van materiële en immateriële eigenschappen van een goed of een dienst.</p>
<p>Materiële eigenschappen: eigenschappen die in het product zelf aanwezig zijn (vorm, gewicht, smaak &amp; capaciteit) en eigenschappen die de producent zelf heeft toegevoegd (verpakking, garantie &amp; service).</p>
<p>Immateriële eigenschappen: eigenschappen die de consument aan het product verbindt (status, imago, exclusiviteit &amp; goede naam).</p>
<p>Productmix:</p>
<ul>
<li>kwaliteit</li>
<li>vormgeving</li>
<li>verpakking</li>
<li>garantie &amp; service</li>
</ul>
<p>Vergelijkend warenonderzoek: hierbij word onder andere gelet op gebruikszekerheid, duurzaamheid, veiligheid, geur en prijs.</p>
<p>Kwaliteit: van een product omvat alle eigenschappen van en product waaraan de gebruiker waarde hecht.</p>
<p>Vormgeving: speelt geen belangrijke rol hoe een product eruit ziet.</p>
<p>Verpakking: van goederen heeft 2 aspecten:</p>
<ol start="1">
<li>een technisch aspect: dat een product moet worden verpakt.</li>
<li>een commercieel aspect: hoe de verpakking eruit ziet.</li>
</ol>
<p>Garantie &amp; service: vooral bij duurzame goederen is dit belangrijk, de leverancier moet instaan voor de kwaliteit van zijn geleverde producten. Ook service speelt een belangrijke rol, want wanneer je goede service biedt komen mensen om jou product te kopen terwijl ze het ergens anders goedkoper kunnen kopen.</p>
<p>Geschillen commissies: organisatie waarbij de consument zijn beklag kan doen wanneer er een conflict ontstaat tussen kopen en verkoper.</p>
<p><strong>17.2</strong></p>
<p>A-merk: bekend merk, afnemer is bereid om er meer voor te betalen.</p>
<p>B-merk: minder bekend dan een A-merk, is ook wat goedkoper dan een A-merk.</p>
<p>Paraplumerk: wanneer een fabrikant al zijn producten onder 1 naam op de markt brengt, bijv. Phillips.</p>
<p>Private label: producten die in opdracht van derden en onder een andere merknaam dan de eigen merknaam van de fabrikant, door die opdrachtgevers onder de door hen gekozen namen op de markt worden gebracht.</p>
<p>Voordelen voor het voeren van een fabrikantenmerk door de detaillist:</p>
<ul>
<li>Niet de detaillist, maar de fabrikant zorgt voor de reclame.</li>
<li>De garantieverplichtingen kan hij doorberekenen aan de fabrikant.</li>
<li>Door het voeren van merkartikelen krijgt de detaillist vaan een goede naam.</li>
</ul>
<p>Voordelen voor het voeren van een huismerk:</p>
<ul>
<li>de consument krijgt een binding met de detaillist waar hij het product koopt.</li>
<li>De winstmarge is meestal groter dan bij een fabrikantmerk.</li>
<li>Het is concurrerend ten opzichte van andere winkels.</li>
<li>De naam van een winkel staat op de verpakking.</li>
</ul>
<p>De fabrikant van merkartikelen volgen verschillende strategieën:</p>
<ul>
<li>er word aan de detaillist geleverd onder het huismerk van de detaillist.</li>
<li>Uitsluitend het fabrikantenmerk wordt geleverd.</li>
<li>De fabrikant kiest voor een combinatie van beide methoden.</li>
</ul>
<p><strong>17.3</strong></p>
<p>Levenscyclus van een product bestaat uit 5 fasen:</p>
<ol start="1">
<li>Introductiefase        àis de meest kritieke fase in de levenscyclus. Zal het</li>
</ol>
<p>product aanslaan? Omdat de producent de ontwikkelingskosten snel terug wil verdienen, is de prijs meestal hoger dan in de latere fasen.</p>
<ol start="2">
<li>Groeifase                  à nu neemt de omzet snel toe.</li>
<li>Rijpheidsfase          à er is nog wel groei in de afzet van het product, maar het tempo begint af te nemen.</li>
<li>Verzadigingsfase    à nu is de groei van het product er vrijwel uit.</li>
<li>Neergangsfase       ànu neemt de omzet snel af en daalt de winst fors.</li>
</ol>
<p>&nbsp;</p>
<p>De duur van de levenscyclus en de grootte van de afzet worden bepaald door:</p>
<ul>
<li>de snelheid van de technische ontwikkelingen.</li>
<li>De concurrentie</li>
</ul>
<p>De mate waarin het nieuwe product door de afnemers wordt geaccepteerd.</p>
<h2>Hoofdstuk 18 Prijs- en distributiebeleid</h2>
<p><strong>18.1</strong></p>
<p>Vraaggeoriënteerde prijsbepaling: hierbij neemt de organisatie de prijs die de consument wil betalen als uitgangspunt. Mogelijkheden zijn:</p>
<p>-      Penetratiepolitiek: het doel hiervan is de prijs zo laag mogelijk vast te stellen daar daardoor in korte tijd een groot gedeelte van de markt van het nieuwe product wordt voorzien.</p>
<p>-      Afroompolitiek: hierbij begint de onderneming met een hoge prijs.</p>
<p>-      Psychologische prijzen: prijsgrenzen -&gt; 99,95 ipv 100</p>
<p>-      Prijskortingen: maanden met uitverkoop, of acties zoals 1 voor 1,50 en 4 voor 5.</p>
<p><strong>18.2</strong></p>
<p>Subsidiegever is vaak een overheidsorgaan, hierbij zijn 3 mogelijkheden om de prijs te bepalen:</p>
<p>-      levering tegen kostprijs: zoals bij paspoorten/rijbewijzen, hierbij is ook kostendekking.</p>
<p>-      levering tegen een niet-monetaire prijs: de dienst of product wordt beschikbaar gesteld tegen een prijs beneden de kostprijs.</p>
<p>-      Gratis: bijvoorbeeld bij bibliotheken.</p>
<p>Profijt beginsel: door de overheid, degene die bepaalde producten of diensten gebruikt, moet daarvoor betalen.</p>
<p><strong>18.3</strong></p>
<p>Groothandel kan een belangrijke rol spelen voor detailhandel:</p>
<p>-      hij zorgt ervoor altijd voldoende producten in voorraad te hebben en levert snel.</p>
<p>-      Doordat hij in grote hoeveelheden inkoopt, kan hij grote kortingen bij fabrikanten bedingen.</p>
<p>-      Hij zorgt ervoor dat de detaillist op de hoogte wordt gebracht van nieuwe producten.</p>
<p>-      Hij levert in het algemeen op rekening.</p>
<p>Groothandel werkt meestal regionaal.</p>
<p>Kleinhandel levert de producten aan de consument, en is handig om zich in de onmiddellijke omgeving van de consument te vestigen.</p>
<p>Distributie: verspreiding van de producten over de afnemers.</p>
<p><strong>18.4</strong></p>
<p>Distributiekanaal: de weg die het product aflegt van producent naar consument.</p>
<p>Hierbij maken we onderscheid tussen:</p>
<p>-      directie distributie: hierbij gaan de producten dus direct van de producent naar de afnemer en word er dus geen gebruik gemaakt van tussen schakels.</p>
<p>-      indirecte distributie: hierbij zitten tussen de producent en de afnemer 1 of meerdere tussen schakels</p>
<p>Of de producent bij de distributie van zijn goederen gebruik maakt van 1 of meerdere tussen schakels hangt af van:</p>
<p>-      de omzet die bij een bepaald distributiekanaal kan worden behaald.</p>
<p>-      De kosten van dat distributiekanaal.</p>
<p>Als wapen in de concurrentiestrijd tussen producent en consument zijn de volgende mogelijkheden aanwezig:</p>
<p>-      kredietverlening</p>
<p>-      bijzondere aanbiedingen</p>
<p>-      geven van cadeaus</p>
<p>-      hoge kortingen</p>
<p>-      snelle leveringen</p>
<p>-      het maken van reclame</p>
<p>in dit verband maken we onderscheid tussen:</p>
<p>-      pushdistributie: hierbij doet de producent er van alles aan om zin producten door de detaillist in zijn assortiment te laten opnemen.</p>
<p>-      Pulldistributie: hierbij bewerkt de producent de consument over de hoofden van de detaillisten heen, bijvoorbeeld door acties te voeren of reclame.</p>
<p>In praktijk wordt meestal gebruikgemaakt van de push- en pullstategie. Tegelijkertijd probeert de producent de detaillist over te halen zijn producten in diens assortiment op te nemen en bewerkt hij via reclame de consument.</p>
<h2>Hoofdstuk 19 Communicatiebeleid</h2>
<p><strong>19.1</strong></p>
<p>Business-to-businessmarketing: persoonlijke verkoop en komt het meeste voor bij bedrijven onderling.</p>
<p>Vertegenwoordigers voeren de volgende taken uit:</p>
<p>-      contact houden met afnemers</p>
<p>-      verstrekken van informatie aan afnemers</p>
<p>-      serviceverlening</p>
<p>-      verzamelen van informatie voor de eigen onderneming</p>
<p>Persoonlijke verkoop heeft als voordelen boven massacommunicatie:</p>
<p>-      de onderneming kan persoonlijk inspelen op de wensen van iedere klant.</p>
<p>-      Er is een veel beter discussie mogelijk over de eigenschappen van het product.</p>
<p>-      Er kan veel beter worden teruggekoppeld (feedback) van de klant naar de onderneming over de wensen van de klanten.</p>
<p>Massacommunicatie heeft als voordelen boven persoonlijke verkoop:</p>
<p>-      is per bereikte afnemer veel goedkoper dan persoonlijke verkoop.</p>
<p>-      De onderneming kan een veel groter aantal personen in 1 keer bereiken.</p>
<p>-      Massacommunicatie gaat veel sneller.</p>
<p><strong>19.2</strong></p>
<p>Product reclame: speelt in onze samenleving een grote rol.</p>
<p>Individuele reclame: maakt een fabrikant reclame voor zijn eigen product.</p>
<p>Collectieve reclame: maken de fabrikanten van een bepaalde productsoort samen reclame. Bekende slogans hiervan zijn:</p>
<p>-      eet meer fruit.</p>
<p>-      Snoep verstandig, eet een appel.</p>
<p>-      Melk de witte motor</p>
<p>-      Bloemen houden van mensen</p>
<p>Thema reclame: het doel is merkbekendheid te kweken en te onderhouden.</p>
<p>Actie reclame: kortetermijn doestelling.</p>
<p>Sampling: het verspreiden van monsters bij het introduceren van een product.</p>
<p><strong>19.3</strong></p>
<p>Mediadoelstellingen: doestellingen waarin wordt vastgelegd welke groepen de organisatie wil bereiken, met welke middelen zij dat wil doen en op welke termijn.</p>
<p>Communicatiemiddelen kan je in 4 verschillende groepen indelen wat betreft hun verschijningsvorm:</p>
<p>-      visuele communicatiemiddelen: alle communicatiemiddelen waarbij de ontvanger de boodschap uitsluitend met zijn ogen waarneemt, dus ziet of leest. Bijvoorbeeld boeken, kranten, folders.</p>
<p>-      Audiovisuele communicatiemiddelen: communicatiemiddelen waarbij geluid en beeld zijn gecombineerd. Bijvoorbeeld de tv, of het schoolbord.</p>
<p>-      Multimediale communicatiemiddelen: als er meer dan 1 medium wordt gebruikt om een boodschap over te brengen. Bijvoorbeeld op het internet.</p>
<p>-      Interactieve communicatiemiddelen: hierbij betrekken we de ontvanger bij de boodschap. De ontvanger kan zelf invloed uitoefenen. Bijvoorbeeld van het invullen van een enquêteformulier.</p>
<p><strong>19.4</strong></p>
<p>Stakeholders: alle belanghebbenden met wie de onderneming rekening moet houden, zoals de overheid, leveranciers, detaillisten en consumenten.</p>
<p>Belangrijkste media voor met Stakeholders:</p>
<p>-      dagbladen en huis-aan-huisbladen</p>
<p>-      folders en mailings</p>
<p>-      radio- en tv-bladen en tijdschriften</p>
<p>-      vakbladen en hobbytijdschriften</p>
<p>-      adresboeken/zoeksystemen</p>
<p>-      televisie, bioscoop en kabelkrant</p>
<p>-      radio en geluidsinstallatie</p>
<p>-      interactieve media</p>
<p>-      buitenmedia</p>
<p>-      reclameartikelen</p>
<p>-      winkelmedia</p>
<p>-      sponsoring</p>
<p><strong>19.5</strong></p>
<p>Public relations: is het beïnvloeden van personen van wie de mening over de onderneming van belang kan zijn.</p>
<p><strong>19.6</strong></p>
<p>Een organisatie moet een beslissing nemen via welk medium wordt geprobeerd de doelgroep te bereiken. Van belang daarbij zijn de volgende factoren:</p>
<p>-      de doelgroep waarop de organisatie zich richt</p>
<p>-      de kosten van het medium</p>
<p>-      de aard van het product</p>
<p><strong>19.7</strong></p>
<p>Ideële reclame: de opvattingen en/of gedragingen van mensen te beïnvloeden, vaak bij niet-commerciële organisaties.</p>
<p>Zelfregulering: als een branche zichzelf regels oplegt.</p>
<p>Reclamecode: hierin zijn de eisen van zelfregulering vastgelegd.</p>
<p>Doel reclamecode: dat de consument niet mag worden misleid en dat de reclame niet aanstootgevend is.</p>
<p>Reclame code commissie: hier kan je terecht met klachten over een reclame.</p>
<p>Reclame raad: voor klachten over reclames op tv en radio.</p>
<p>Milieu reclame code: geeft gedragsregels voor reclameboodschappen waarin milieuaspecten verwerkt zitten.</p>
<p>Bijzondere marketingbegrippen die vooral bij non-profit organisaties voorkomen:</p>
<p>-      conversiemarketing: heeft als doel de negatieve houding van afnemers om te buigen naar een positieve houding.</p>
<p>-      Demarketing: heeft als doel de belangstelling voor een product vergroten om zo de afzet te stimuleren.</p>
<p>Contramarketing: wanneer door bijvoorbeeld de overheid acties worden ondernomen die gericht zijn op het verminderen of verdwijnen van ongewenst gedrag.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-mo/mo-in-balans-hoofdstuk-16-17-18-en-19/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Pincode economie hoofdstuk 2</title>
		<link>http://www.schoolsamenvatting.nl/geen-categorie/pincode-economie-hoofdstuk-2/</link>
		<comments>http://www.schoolsamenvatting.nl/geen-categorie/pincode-economie-hoofdstuk-2/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 02 Jan 2012 12:18:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.schoolsamenvatting.nl/?p=1069</guid>
		<description><![CDATA[Uploader: Melanie Niveau: VWO Vak: Economie Omschrijving: Een samenvatting van de methode PINCODE voor het VWO. Het gaat hier om hoofdstuk 2, waarin onderwerpen aan bod komen zoals rationeel inkopen, soorten reclames, sparen, soorten leningen en meer. Hieronder kun je de samenvattingen lezen of maak gebruik van de download link. Hoofdstuk 2 van PINCODE Waar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Uploader: </strong>Melanie<br />
<strong>Niveau: </strong>VWO<br />
<strong>Vak: </strong>Economie</p>
<p><strong>Omschrijving: </strong>Een samenvatting van de methode PINCODE voor het VWO. Het gaat hier om hoofdstuk 2, waarin onderwerpen aan bod komen zoals rationeel inkopen, soorten reclames, sparen, soorten leningen en meer. Hieronder kun je de samenvattingen lezen of maak gebruik van de download link.</p>
<span class="sb_download"><strong>Download (pdf): </strong><a href="http://www.schoolsamenvatting.nl/wp-content/uploads/2012/01/Economie-Pincode-hoofdstuk-2.pdf" target="_blank">Economie-pincode-hoofdstuk-2.pdf</a></span>
<h2>Hoofdstuk 2 van PINCODE</h2>
<p>Waar mensen hun geld in het algemeen aan uitgeven heet ook wel het bestedingspatroon. Koopkracht is de hoeveelheid goederen en diensten die je voor je geld kunt kopen. Consumenten gedrag is de beschrijving van hoe mensen kopen, wat ze kopen, waar ze kopen, wanneer ze kopen en waarom ze kopen. Impulsaankoop is als iemand iets koopt maar dat niet van plan was.</p>
<p>Winkels proberen op de volgende manier impuls aankopen te stimuleren:</p>
<ul>
<li>Rekken bij de kassa</li>
<li>Vanaf de ingang  lange weg naar de kassa</li>
<li>Winkels vaak opnieuw indelen</li>
</ul>
<p>Rationeel aankopen dan weet je wel wat je wil/gaat kopen. Welke invloeden bij je :</p>
<ul>
<li>Sociale beïnvloeding</li>
<li>Commerciële beïnvloeding</li>
</ul>
<p>Met reclame probeert een bedrijf de aandacht te vestigen op zijn product of dienst, gericht op een vooraf bepaalde doelgroep.</p>
<ul>
<li>Informatieve reclame (auto’s)</li>
<li>Actie reclame (spaaractie)</li>
<li>Beïnvloedende reclame (grappige reclames)</li>
<li>Ideële reclame (unicef)*</li>
</ul>
<p>*Deze reclame wilt geen product verkopen, maar een ‘goed doel’. Ook de overheid probeert het gedrag van mensen te beïnvloeden met boodschappen.</p>
<p>Een doelgroep is een groep consumenten met bepaalde zelfde kenmerken. De kanalen die reclamemakers gebruiken voor hun boodschap, heten media. Consumentenorganisaties zijn organisaties die helpen je bij het beslissen welk product je het best kunt kopen (consumentenbond, kieskeurig, vergelijk, kassa(tv)) Vergelijkende Warenonderzoeken zijn producten van dezelfde verschillende merken worden onderzocht en met elkaar vergeleken. Geschillencommissie, hier doe je een beroep op wanneer je na het kopen van een product problemen krijgt met de leverancier of winkelier. Garantie betekent dat de producent je verzekert dat het product goed is. Garantie is voor een bepaalde tijd (1 jaar).</p>
<p>Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) controleert of de wetten worden nageleefd, want winkeliers moeten zich aan bepaalde wetten houden. Sparen is het NIET uitgeven, maar bewaren van gel. Wanneer je geld spaart op de bank, ontvang je rente. Waarom sparen wij? (deze punten noemen we spaarmotieven)</p>
<ul>
<li>Om er later iets voor te kopen</li>
<li>Uit voorzorg</li>
<li>Om rente te ontvangen</li>
</ul>
<p>Rente over spaargeld is een vergoeding van de bank voor jouw spaargeld. Creditsaldo is als je een tegoed op de bank hebt. En bij een debetsaldo heb je schuld aan de bank. Als je een verzekering afsluit betaal je poliskosten. Voor het inwisselen van vreemd geld, het incasseren van een cheque of het opnemen van geld met je creditcard betaal je transactiekosten. Lenen is het gebruikmaken van geld van anderen voor aankopen. Soms zijn je uitgaven groter dan je inkomsten. Wanneer je geld leent heb je maandelijks minder geld te besteden -&gt; vasten lasten stijgen.</p>
<p>Wanneer je geld leent heb je met 2 verschillende kosten te maken:</p>
<ul>
<li>Rentekosten</li>
<li>Aflossingskosten</li>
</ul>
<p>Om van je lening af te komen, moet je:</p>
<ul>
<li>Rente betalen</li>
<li>Lening aflossen</li>
</ul>
<p>Bij het afsluiten van een lening let je op:</p>
<ul>
<li>Looptijd van de lening (hoeveel termijnen(maanden))</li>
<li>Rentepercentage</li>
</ul>
<p>Soorten leningen:</p>
<ul>
<li>Persoonlijke lening</li>
<li>Doorlopend krediet</li>
<li>Kopen op afbetaling</li>
</ul>
<p>Ook de overheid zorgt ervoor dat consumenten worden beschermd tegen slechte producten en hiervoor zijn een aantal wetten gemaakt.</p>
<ul>
<li>De warenwet (product)</li>
<li>Colportagewet (de manier waarop iets verkocht wordt)</li>
</ul>
<p>In de warenwet staat dat alle artikelen aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen. Dit om te voorkomen dat er geknoeid wordt met producten.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong><em>Lees de rest in de download link&#8230;</em></strong></span></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.schoolsamenvatting.nl/geen-categorie/pincode-economie-hoofdstuk-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Grieken samenvatting</title>
		<link>http://www.schoolsamenvatting.nl/vwo-geschiedenis/de-grieken-samenvatting/</link>
		<comments>http://www.schoolsamenvatting.nl/vwo-geschiedenis/de-grieken-samenvatting/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 14 Nov 2011 22:51:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[VWO-geschiedenis]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.schoolsamenvatting.nl/?p=1062</guid>
		<description><![CDATA[Uploader: Matthijs Vak: Geschiedenis Niveau: VWO Omschrijving: Een powerpoint samenvatting over het hoofdstuk &#8220;De Grieken&#8221; voor het VWO. Zo komen de verschillende vormen van macht na voren en denk hierbij aan Polis, Autocratie et cetera. Hieronder kun een deel van de inhoud al lezen. Paragraaf 5: Het Griekse wereld- en mensbeeld Verandering in het denken over het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Uploader: </strong>Matthijs<br />
<strong>Vak: </strong>Geschiedenis<br />
<strong>Niveau: </strong>VWO</p>
<p><strong>Omschrijving: </strong>Een powerpoint samenvatting over het hoofdstuk &#8220;De Grieken&#8221; voor het VWO. Zo komen de verschillende vormen van macht na voren en denk hierbij aan Polis, Autocratie et cetera. Hieronder kun een deel van de inhoud al lezen.</p>
<span class="sb_download"><strong>Download (pdf): </strong><a href="http://www.schoolsamenvatting.nl/wp-content/uploads/2011/11/geschiedenis-samenvatting-de-grieken-vwo.pdf">Geschiedenis-samenvatting-de-grieken-vwo.pdf</a></span>
<h2>Paragraaf 5: Het Griekse wereld- en mensbeeld</h2>
<p><strong>Verandering in het denken over het ontstaan van de wereld.</strong></p>
<p>Aristoteles (4de eeuw voor Chr.). Ptolemaeus (2e eeuw na Chr.) Allebei beschouwden de aarde als een onbeweeglijke bol die het centrum vormde van het eveneens bolvormige heelal. Ptolemaeus onderbouwde zijn theorie met wiskundige berekeningen. Maar de meeste mensen bleven de aarde zien als een platte, onbeweeglijke schijf met de hemellichamen daarboven.</p>
<p><strong>Verandering in het denken over het ontstaan van de mens.</strong></p>
<p>De Grieken vereerden vele goden. Iedere polis had een eigen god(in). De goden waren onsterfelijk. De godin Athene bewonderde bijvoorbeeld Odysseus, omdat hij zo dapper en slim was. Vanaf de 6de eeuw ontstond er bij een kleine groep mensen een verandering in de mensbeeld. Zij gingen de mens zien als een zelfstandig wezen: zijn verstand liet hem toe zelfstandig antwoorden en vragen te laten stellen.</p>
<h2>Paragraaf 6: Alexander de Grote, veroveraar en verspreider van de Griekse cultuur</h2>
<p>In 338 voor Chr. werd Griekenland veroverd door koning Philippus van Macedonië. Hij werd twee jaar later vermoord en zijn zoon Alexander volgde hem op. Philippus was van plan om de Perzen aan te vallen om alle Grieken gunstig te stemmen en onder zijn leiding te verenigen. Alexander voerde het plan uit. In 334 voor Chr. ging hij met zijn leger op weg. 9 jaar later had Alexander het Perzische rijk in handen.</p>
<p>Alexander zorgde ervoor dat de Griekse cultuur verspreid werd in het hele Midden-Oosten. Hij probeerde de Perzen en de Grieken te verenigen. Dat lukte niet goed.</p>
<p>In 323 voor Chr. stierf Alexander, 33 jaar oud, waarschijnlijk aan malaria. Zijn rijk viel in verschillende delen doordat zijn generaals onderling conflicten kregen. Iedere generaal ging een deel van het rijk van Alexander besturen.</p>
<p>Alexander is benoemd tot ‘’Alexander de Grote’’ omdat hij een goede legeraanvoerder was en omdat hij de Griekse cultuur verspreidde.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.schoolsamenvatting.nl/vwo-geschiedenis/de-grieken-samenvatting/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De GEO: Landbouw in Europa</title>
		<link>http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-aardrijkskunde/de-geo-landbouw-in-europa/</link>
		<comments>http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-aardrijkskunde/de-geo-landbouw-in-europa/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 10 Nov 2011 13:06:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[HAVO-aardrijkskunde]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.schoolsamenvatting.nl/?p=1050</guid>
		<description><![CDATA[Uploader: Koen Vak: Aardrijkskunde Niveau: HAVO Omschrijving: Een samenvatting van het boekje Landbouw in Europa van de methode de GEO, voor het niveau HAVO. Het gaat om de volgende inhoud: hoofdstuk 1, hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3. De gehele samenvatting kun je terug vinden met onderstaande downloaden. Daaronder kun je de samenvatting al vinden. Hoofdstuk 1; [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Uploader: </strong>Koen<br />
<strong>Vak: </strong>Aardrijkskunde<br />
<strong>Niveau: </strong>HAVO</p>
<p><strong>Omschrijving: </strong>Een samenvatting van het boekje Landbouw in Europa van de methode de GEO, voor het niveau HAVO. Het gaat om de volgende inhoud: hoofdstuk 1, hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3. De gehele samenvatting kun je terug vinden met onderstaande downloaden. Daaronder kun je de samenvatting al vinden.</p>
<span class="sb_download"><strong>Download (pdf): </strong><a href="http://www.schoolsamenvatting.nl/wp-content/uploads/2011/11/Samenvatting-aardrijkskunde-hoofdstuk-1-2-en-3-landbouw-in-europa.pdf">Samenvatting-aardrijkskunde-hoofdstuk-1-2-en-3-landbouw-in-europa.pdf</a></span>
<h2>Hoofdstuk 1; ‘Europese landbouw in Europa’</h2>
<ul>
<li><span class="Apple-style-span" style="font-size: 13px; font-weight: normal;">Het landschap verandert voortdurend</span></li>
<li>Dit komt door de toenemende concurrentie</li>
</ul>
<div>
<h2>§1 De hakken in het zand</h2>
<p>Het Nederlandse zeelandschap is behoorlijk verandert, er werd steeds meer gemoderniseerd.</p>
<p><strong>Open ruimte nog boerenruimte?</strong></p>
<p>Landschappen die opnieuw moeten worden ingericht heten reconstructiegebieden. In dit soort gebieden wordt meestal intensieve varkens en pluim veehouderij gehouden. Dan moeten dit soort bedrijven bij elkaar worden gezet of verplaatst worden. Dit gaat makkelijk omdat de bedrijven niet grondgebonden zijn. Als er moet worden gereconstrueerd dan moet er rekening worden gehouden met de belangen van de natuur, milieu, economie en de mens. Dit moeten worden besproken met landbouwers, overheid en andere organisaties. De nadruk ligt echter grotendeels op de boeren.</p>
<p><strong>Veeteelt in dienst van akkerbouw</strong></p>
<p>Het agrarische grondgebruik is afwisselend. Eerst waren er vooral bossen en heiden, de woeste gronden was voor de schapen. De opbrengst was klein. Vooral rogge en aardappelen werden op de gronden verbouwd. Hooiland wordt als extensief grondgebruik gezien. Het afwisselende grondgebruik hangt af van de vochtigheid en het reliëf.</p>
</div>
<div>Ondanks de geringe landbouw kon de boerensamenleving zich goed onderhouden met de eerste levensbehoeften. De akkers werden met stalmest en heideplaggen verrijkt. De veeteelt stond dus in dienst van de akkerbouw. Veeteelt zorgde ook voor wol, vlees, melk en huid, erg zelfvoorzienend dus.</div>
<div>
<p><strong>Akkerbouw in dienst van veeteelt</strong></p>
<p>De zelfvoorziening verdween rond einde van de 19<sup>e</sup> eeuw. De geldeconomie kwam op gang. Kunstmest zorgde voor vruchtbaar land, en er kon meer voedsel voor het vee worden geproduceerd. Akkerbouw kwam in dienst van veeteelt. Een aantal factoren hadden hier invloed op:</p>
<ul>
<li>Handel in landbouwproducten nam toe. Treinen en schepen zorgden voor het vervoer van bijvoorbeeld graan.</li>
<li>Geen heffing van invoerrechten op graan. Het zeegraan werd voor het vee. Hiermee ontstond <strong>vrijhandel</strong> (handel zonder handelsbelemmeringen en zonder overheidssteun voor bedrijven).</li>
<li>Verhogen van landbouwgebruik zorgde voor het <strong>intensiveren </strong>(het investeren van meer tijd en geld per ha met als doel vergroten van de opbrengst).</li>
</ul>
<p>De overheid zorgde voor landbouwonderwijs en voorlichting. Ook zorgde ze voor het stand komen van samenwerkingsverbanden voor de aankoop van goederen en hulpstoffen, verwerking landbouwgewassen, de verkoop van producten, kredietvoorziening. Er werd aan ruilverkaveling gedaan. Dit zorgde voor het samenvoegen van kleine percelen, verplaatsing boerderijen, verbetering infrastructuur en rechttrekken van beken.</p>
</div>
<div>Vanaf jaren 60 stegen de arbeidskosten en grondprijzen. De productiviteit moest omhoog. Dit deed de <strong>specialisatie</strong> (het zich binnen een bedrijf of regio steeds meer toeleggen op een activiteit of een beperkt aantal activiteiten, waarbij overige bezigheden worden afgesloten). Men kent tegenwoordig de bio-industrie. Door de overbemesting ontstond verzuring, vervuiling van het grondwater en stankoverlast leidde de herinrichting van het zandgrondgebied.</div>
<div>
<h2>§ 2 Europa in de kou</h2>
<p>De boeren krijgen steeds meer concurrentie. Lang zorgde de Europese Gemeenschap ervoor dat alles eerlijk verliep. Maar veel lidstaten wilden er van af. Veel boeren staan nu in de kou.</p>
<p><strong>Een beschermende bedrijfstak</strong></p>
<p>Na de tweede wereldoorlog konden veel boeren geen concurrentie aan. Met invoerrechten op landbouwproducten beschermde de EG de boeren. Ze mochten niet onder een bepaalde prijs verkopen. Ze deden aan <strong>protectie </strong>(de afscherming van nationale of internationale markten door het instellen van handelsbelemmeringen). Dit hielp.</p>
<p>Door de hogere productie kwam de inkomsten van de boeren wel onder druk te staan. <strong>Subsidies </strong>(het door de overheid toekennen van financiële steun aan een bedrijf, instelling of organisatie). De EG stelden minimumprijzen vast voor melk en graan. Als er te veel van was dan werd dit opgekocht door de overheid, een redelijk inkomen dus. Gevolg: meer produceren. De overheid hield dit op peil met een <strong>productiesubsidie</strong> (het verlenen van financiële steun door de overheid aan bedrijven met het doel om de aanvang van de productie te bevorderen en of het inkomen van producten te ondersteunen). Eind jaren 70 was de EG zelfvoorzienend voor de meeste landbouwproducten. Er ontstonden overschotten, en deze werden geëxporteerd door uitvoersubsidies.</p>
<p>West-Europa was qua landbouw verbeterd. Ook de kennis, de organisatie en de verwerking en verkoop van producten was verbeterd. Om de <strong>productiekosten</strong> (kosten die samenhangen met de inzet van productiefactoren in het productieproces), te verlagen was schaalvergroting nodig, dit leidde tot minder kosten per product.</p>
<p><strong>Het gemeenschappelijke landbouwbeleid onder vuur</strong></p>
<p>Er kwamen steeds meer klachten over het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dit kwam door een aantal factoren.</p>
<p>-          door invoertarieven hadden boeren geen kans op verkoop in het buitenland. Dit leidde tot dumping. De <strong>WTO </strong>(internationaal vergaderplatform waar de lidstaten onderling afspraken maken om de wereldhandel te reguleren ten einde de handelsbarrières te verwijderen, en die bindende uitspraken doet in handelsconflict tussen landen) is niet voor deze oneerlijke concurrentie. Ze zijn ook niet voor vrijhandel, het bedrijven van handel zonder bemoeienis van de overheid. Het recht van de sterkste wint dus.</p>
<p>-          Ten gevolge van ruilverkavelingen en schaalvergroting daalde de <strong>landschappelijke kwaliteit </strong>(de waarde die aan een gebied wordt toegekend op basis van natuurlijke en cultuurhistorische kenmerken) van de kleinschalige gronden.</p>
<p>-          De kosten van GLB waren te hoog, als gevolg van het kopen van de overschotten en de exportsubsidies.</p>
<p>-          Het werd steeds minder makkelijk om een goed besluit op tafel te krijgen, er was veel eigenbelang. Verlaging van minimumprijzen en quota’s moesten zorgen voor verbetering.</p>
<p><strong>Het nieuwe landbouwbeleid</strong></p>
<p>Het systeem van de productiesubsidies werd vervangen door de <strong>inkomenssubsidies </strong>(het verlenen van financiële steun door een overheid aan personen of bedrijven als ze niet genoeg inkomen te verwerven hebben). Dit is in tegenstelling tot prijsondersteuning niet in strijd met afspraken van de WTO. Wel vallen er 2 punten op:</p>
<p>-          de subsidie hangt af van de oppervlakte landbouwgrond en de normale productie.</p>
<p>-          Het braakleggen van akkers werd gestimuleerd (beter milieu en overproductie). Het nieuwe beleid moet de landbouw duurzamer (ook wel <strong>verduurzaming</strong>) maken. Dit moet bepaalde stukken land hun oorspronkelijke historie terug geven. De landbouw krijgt dus een andere rol. Het behouden van het leefbaarheid en het platteland. De Europese geldstromen zullen toenemen. <strong>Actoren </strong>(alle personen, organisaties en instellingen die invloed hebben op ruimtelijke processen. In de landbouw zijn dat boeren, consumenten, grootwinkelbedrijven en overheden), hebben hier dus belang bij. De boeren hun invloed neemt af, behalve dat ze veel grond bezitten.</p>
<p>Economische gezien zullen de gevolgen van het GLB-nieuwe stijl groot zijn: boeren krijgen kleinere subsidies en boeren krijgen meer concurrentie van buitenaf.</p>
<h2>§ 3 Gedaanteverandering van cultuurlandschappen</h2>
<p>Een vrijere wereldeconomie zorgt ervoor dat boeren op andere manieren hun inkomen moet verdienen. Er zijn gebieden waar het moeilijker wordt. Sommige stoppen met het boer zijn, zo veranderen de landschappen.</p>
<p><strong>Europese cultuurlandschappen</strong></p>
<p>Landbouwers hebben grote invloed op het landschap. Zoals spreiding boerderijen, percelen, omvang en vorm, gewaskeuze en de afwisseling daarvan.</p>
<ol start="1">
<li><strong>Zandlandschap</strong>: kleine en grote akkers, weilanden, bossen, heide en esdorpen.</li>
<li><strong>Bocagelandschap</strong>: veel heggen, muurtjes, houtwallen, kleine percelen, grote spreiding van de bevolking.</li>
<li><strong>Noord-Frans cultuurlandschap</strong>: open landschap met uitgestrekte akkers, zichtbare perceel scheidingen, ontzettende grote bedrijven.</li>
<li><strong>Polderlandschap</strong>: moerassige, drassige gebieden die later ontwaterd en bedijkt zijn, veel grote landschappen.</li>
<li><strong>Mediterrane landschappen</strong>: akkers met graanteelt, wijnbouw en olijfboomgaarden.</li>
<li><strong>Huerta</strong>: tuin, intensief landbouwgebruik, bevloeide stukjes grond.</li>
<li><strong>Montadelandschap</strong>: olijfbomen, kurkeiken en schapenhouderij.</li>
<li><strong>Coltura promiscua</strong>: gemengde teelt, akkers met druiven.</li>
<li><strong>Dunbevolkte landschappen in Noord-Scandinavië</strong></li>
<li><strong>Europese middelgebergte</strong>: landbouwers in dunbevolkte middelgebergten.</li>
</ol>
<p><strong>Kansen en bedreigingen rond de grote steden</strong></p>
<p>Van Nederland tot Oekraïne is er een zone met veel productie, in de buurt van stedelijke gebieden, dus hogere grondprijzen. Veel economische kansen maar toch ook bedreigingen dus. Die bedreiging heeft te maken met concurrentie om de ruimte. Die prijzen kunnen leiden tot <strong>bedrijfsbeëindiging </strong>(het definitief stopzetten van de productie), een voorbeeld van het Groende Hart. Die grond kan ook worden gebruikt voor recreatie, infrastructuur, bedrijven, woningbouw en voor natuurontwikkeling. De kansen zijn natuurlijk de grotere productie mogelijkheden.</p>
<p><strong>Tweedeling in Europa</strong></p>
<p>Hoewel de toenemende vrijhandel toeneemt, kan het voor veel bedrijven ook voordelig werken. Bijvoorbeeld gebieden die dicht bij steden liggen, ook polders. Gebieden worden wel altijd gewezen op natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Daarom worden de gebieden steeds meer afgewisseld.</p>
<p>Gebieden met weinig kansen worden in 2 soorten opgedeeld:</p>
<p>-          Gebieden die klimatologisch of landschappelijk minder aantrekkelijk zijn, zoals dunbevolkte Europese hoog en middelgebergten. Mensen trekken daar weg en daarom gaat de economie daar achter aan, hiervoor worden plannen bedacht door de EU. Zoals subsidies of het ontwikkelen van nationale parken.</p>
<p>-           Regio’s met een prettig gebied, veel landschappelijk schoon en van groot historisch belang. Zoals stukken grond voor vervoer en extra woningen.</p>
<h2><strong>§ 4 Van bergboer tot tuinder</strong></h2>
<p>Een vrijere wereldhandel heeft niet overal dezelfde gevolgen, een voorbeeld Oostenrijk en Nederland.</p>
<p><strong>Agrarisch grondgebruik</strong></p>
<p>Ongeveer de helft van het oppervlak van Nederland is gebruikt voor Nederland. In Oostenrijk is dat ongeveer 80% in de westelijke bergen. De rest van Oostenrijk is hetzelfde als Nederland. De meeste vormen van agrarisch grondgebruik komen in beide landen voor, op wijnbouw en bosbouw na in Oostenrijk. Nederland kent veel glastuinbouw. In Nederland is het bodemgebruik veel intensiever.</p>
<p><strong>Bedrijfsomvang</strong></p>
<p>Nederland kent veel kleine en grote landbouwbedrijven, er zijn minder middelgrote landbouwbedrijven. In Oostenrijk is het aandeel kleine bedrijven heel groot, wel daalt dit. De landbouw is daar een nevenactiviteit, een dienst naast je normale baan.</p>
<p><strong>Economische betekenis</strong></p>
<p>In beide landen is de landbouw ongeveer 2% aan het BBP. Als men de zuivel en conservenindustrie, de leveranciers, productiemiddelen en het transport van landbouwproducten meerekent is dit ongeveer 10%. Nederland is een belangrijke exporteur, Oostenrijk ontvangt liever. Oostenrijk is een netto voedselimporteur, terwijl ze bijvoorbeeld melk exporteert.</p>
<p><strong>Lage inkomsten en Europese steun</strong></p>
<p>Veel Oostenrijkse landbouwers zijn afhankelijk van Europese subsidies. Vooral die uit de bergen. Waarom zijn die inkomsten soms zo laag? Dit komt doordat de grootwinkelbedrijven meer aan landbouwproducten verdienen dan de boeren zelf. De concurrentie tussen de ketens is zo groot. De consument wil natuurlijk laag inkopen, dit gaat ten dupe van de boeren.</p>
<p><strong>Landbouw en milieu</strong></p>
<p>In Oostenrijk wordt naar verhouding meer grond gebruikt voor landbouw dan Nederland. Er wordt daar meer aandacht besteedt aan het milieu. Minder gebruik van bestrijdingsmiddelen, diervriendelijker en milieubewuster produceren neemt toe. Dit blijkt uit daling van de kunstmest, de toename van biologische gewasbescherming om ziekten en plagen te voorkomen en bestrijden, het telen van minder ziektegevoelige gewassen en technische regelingen voor het verminderen van broeikaseffect. In de toekomst willen ze ook nog glastuinbouw hebben. Nederland neemt hier ook al lang deel aan mee.</p>
</div>
<h2>§ 5 De kille wind van de wereldmarkt in Oostenrijk en Nederland</h2>
<p>Oostenrijkse en Nederlandse boeren hebben steeds meer vrijhandel, niet alle gevolgen zijn hetzelfde. Welke bedreigingen zijn er?</p>
<p><strong>Landbouw en natuurlijke omgeving</strong></p>
<p>De natuurlijke omgeving is van grote invloed op de vraag of bedrijven rendabel zijn. De kosten moeten niet hoger dan de opbrengst zijn. Hierdoor zijnde boeren aangewezen op inkomenssteun. Hoogte, reliëf, grondsoort, bodem en klimaat zijn voor de landbouw belangrijke aspecten. Zo kunnen zonder steun veel boeren niet blijven bestaan. In Nederland beïnvloeden vooral grondsoort en waterhuishouding de verschillen in grondgebruik. Door het gebruik van technieken moet de natuurlijke omgeving worden teruggebracht.</p>
<p><strong>De landbouw vanuit de politieke invalshoek</strong></p>
<p>Het landbouw beleid van de Oostenrijkse regering is sterk gericht op welzijn, milieu en duurzaamheid. Maar liefst 10% van het Oostenrijke landbouwareaal wordt gebruikt voor biologische landbouw. De overschakeling daarnaar heet <strong>diversificatie </strong>(het vergroten van het aantal soorten producten dat door een bedrijf of onderneming wordt voortgebracht). Die sterke positie is toe te schrijven aan 3 factoren:</p>
<p>-          de landbouwvorm ontvangt overheidssubsidie.</p>
<p>-          De Oostenrijkse winkelketens bieden bioproducten aan.</p>
<p>-          Het ministerie van Landbouw valt samen met dat van Oostenrijk.</p>
<p>De keuze voor vrijhandel van Nederland zorgde voor een sterke concurrentiepositie. Oostenrijk heeft steeds meer in de gaten dat een sterke landbouwsector concurrerend kan zijn in een economie als deze. Brussel en de WTO accepteren dit minder omdat er dan steun wordt verleend van de staat. Oostenrijk kan zich meer concentreren op de MOE-landen.</p>
<p><strong>Economische dimensie</strong></p>
<p>Bedrijfskosten hangen samen met grondprijzen, loonkosten maar ook prijzen voor grondstoffen. Neem bijv. varkenshouderij. Dit is goedkopen voor Nederland door de haven in Rotterdam. De gemiddelde bedrijfsgrootte heeft invloed op het succes van de landbouw.</p>
<p><strong>Leefbaarheid in het geding</strong></p>
<p>Oostenrijk heeft een grote waarde aan grond. Leefbaarheid op het platteland is belangrijk. De kleine kernenpolitiek wordt op dit moment toegepast. Bewoners vertrekken namelijk soms uit slecht voorziende steden. De leefbaarheid kan dus snel en sterk veranderen.</p>
<h2>Hoofdstuk 2; Verder kijken dan de Costa’s</h2>
<p>Het middellandse zeegebied is uniek, het is een middelpunt van continenten, met vulkanen, het klimaat, de vegetatie en de landbouw en het aantal inwoners van 400 miljoen maakt dit het inderdaad uniek</p>
<h2>§ 1 Kennismaken met het Middellandse Zeegebied</h2>
<p>Achter alle huizen en stranden is er in het gebied ook uitgestrekte akkerbouw te vinden maar ook ruige natuur, hier vindt men mediterrane vegetatie.</p>
<p><strong>Ligging en topografie</strong></p>
<p>De Middellandse Zee is zo’n3.800 kmlang. Het is toegankelijk voor schepen. Er liggen rond de 20 landen aan de zee, met veel kleine eilandjes. De kustlijn is onregelmatig, rotskusten met steile kliffen worden afgewisseld met stranden, lagunes en delta’s.</p>
<p><strong>Zeestromen</strong></p>
<p>In vergelijking met de Atlantische Oceaan heeft deze zee een hoge saliniteit, zoutgehalte, en een hogere watertemperatuur. Het kenmerkende patroon wordt veroorzaakt door de verticale en horizontale stromingen.</p>
<p>De <strong>horizontale stromingen</strong> ontstaan door de hete zomers, die ervoor zorgen dat de open water5C hoger zijn dan de rest. Grote verdamping dus. Er is meer afvoer van water dan aanvoer (regen). De zeespiegel daalt niet door aanvoer van zee en rivierwater. Naarmate oceaan en zeewater de zee binnenstromen wordt het warmer, dit heeft tot gevolg meer verdamping en toename van het zoutgehalte. Door deze verschillende kenmerken zijn de flora en fauna erg verschillend.</p>
<p>De <strong>verticale stromingen</strong> ontstaan door de toename van het zoutgehalte. Het water wordt dan zwaarder en zakt naar beneden. Dit stroomt de zee weer uit. De afname is beperkt door de drempel en breedte van de straat van Gibraltar. De temperatuur van het water blijft tussen de 12 en14C.</p>
<p><strong>Natuurlijke plantengroei</strong></p>
<p>Naast het Cs klimaat is er de oorspronkelijke <strong>mediterrane vegetatie </strong>(plantengroei die kenmerkend is voor de middellandse zee. Hoeveelheid neerslag en de verdeling ervan hebben invloed op het bodemgebruik. Ook kent de zee de grote verdamping. De vegetatie past zich aan. We kennen 3 soorten:</p>
<ol start="1">
<li><strong>Het loofbos </strong>heeft geen bladverlies, lange en kleine wortels, leerbladeren, kurkeik en steeneik.</li>
<li><strong>Bladverliezende struiken</strong>, ruststand in zomer, struikheide, buxus, brem, jeneverbes</li>
<li><strong>Maquis</strong>, doornachtige struikgewas, kruiden.</li>
</ol>
<p>De olijfboom is geplaatst voor oorspronkelijke bos, de boom kan groeien in koude maanden.</p>
<p><strong>Mediterrane landbouw</strong></p>
<p>De <strong>mediterrane landbouw </strong>(landbouw die is aangepast is aan het Middellandse Zeegebied voorkomt) bestaat uit akkerbouw. Graan, olijfbomen, wijdruiven, schapen en geiten, heuvellandschappen, berggebieden vormen de extensieve landbouw.</p>
<p>We kennen 3 vormen akkerbouw:</p>
<ol start="1">
<li>De droge akkerbouw; binnenland en gebergten. Eerste jaar brak laten liggen, tweede jaar bebouwing. Er kan steeds 1 deel worden bebouwd.</li>
<li>De boom en struiken-cultuur heeft weinig ruimte nodig, een voordeel weinig water is er nodig. Veel notenbomen, bijzondere bomen, dadelpalm, fruitbomen. Olijfboom heeft warme periode nodig, de druiven worden snel geoogst. Gemengde teelt. Men gebruikt <strong>irrigatielandbouw </strong>(landbouw die plaatsvindt door kunstmatig water op de akkers te brengen). Zee intensief voor arbeid en kapitaal. Steeds meer vreemde soorten.</li>
<li>Veeteelt is grootste economische betekenis. Kan alleen worden bedreven op goede gebieden daarom bestaat er Trance Humance. Herders volgens jaarlijks een route.</li>
</ol>
<p>Door de seizoen mobiliteit en de aanpassing van reliëf wordt het land goed benut, maar toch neemt het nomadisme af. De staatsgrenzen overgaan is moeilijker en de betaling is schaars, er worden dus soms dieren vervoerd door moeilijke omstandigheden.</p>
<p>Import is dus ook nodig.</p>
<h2>§ 2 Het Middellandse Zeeklimaat</h2>
<p>Het middellandse zeeklimaat is een maritiem klimaat, er zijn geen strenge winters, er zijn tropische temperaturen en door de winden wordt het lokale klimaat beïnvloedt. Het klimaat daar heet het <strong>Cs-klimaat </strong>(klimaat met droge zomers en gematigde neerlag rijke winters). Het gebied noemen we een <strong>subtropische landschapszone </strong>(gordel rond de aarde die de grens vormt tussen de gematigde zone en de tropische zone). Op Spanje en de Pyreneeën na is dit klimaat overal te vinden.</p>
<p><strong>Temperatuur</strong></p>
<p>Het <strong>mediterraan klimaat</strong> (plantengroei die kenmerkend is voor het klimaat zoals at in het Middellandse Zeegebied voor komt). Kan worden verklaard oor windsystemen, de zogeheten hoge en lage drukgebieden.</p>
<p>Voor de verklaring zijn het subtropisch maximum (hoge drukgebied en nat), tropisch minimum (lage drukgebied en droog), de passaten en de westenwinden van belang.</p>
<p>-          het tropisch minimum wordt veroorzaakt door loodrechte zonnestand in het gebied tussen beide keerkringen. Doordat deze loodrecht is als gevolg van de schuine stand van de aardas, beweegt deze tussen de kringen en beweegt ook deze minimum mee. De zone met het tropisch minimum wordt ook wel de inter-tropische convergentiezone (ITC) genoemd. De ITC lig noordelijker in juli dan januari. Hier komen namelijk de grootste temperatuurverschillen voor.</p>
<p>-          Het subtropisch maximum wordt veroorzaakt door de ligging van de hoge drukgebieden op het noordelijk halfrond. In de winter liggen ze verder weg dan in de zomer.</p>
<p><strong>Neerslag</strong></p>
<p>In de winter trekt het gebied met hoge druk naar het zuiden. Vanuit het noorden komt koude lucht eraan en botst tegen de warme lucht van de Middellandse Zee dit veroorzaakt de mediterrane fronten. Deze fronten verplaatsen zich van west naar oost. Dit veroorzaakt regen in bijv. Noord-Afrika. In de zomer ligt het bij ons rond Spanje tot Italië. Er zijn weinig wolken door het warme zeewater. De overgang van het zomer naar winterseizoen loopt heel snel. Het begint in September.</p>
<p><strong>Wind</strong></p>
<p>Plaatselijke omstandigheden beïnvloeden het weer vooral de wind. Deze ontstaan meestal in het voorjaar. Hete woestijnwinden ontstaan wanneer lagedrukgebieden in het gebied van de middellandse zee naar het oosten trekken en vanuit het zuiden een hete en droge wind aanzuigen, een <strong>sirocco</strong>. De wind is dan10C hoger dan de normale temperatuur.</p>
<p>De <strong>mistral </strong>is een zeer krachtige noorden tot noordwesten wind die vaak waait in het dal van de Rhône. Doordat de wind tussen smalle delen moet gaat de snelheid omhoog. De wind kan tot de 100 km/u hard razen.</p>
<p>De <strong>bora</strong> komt voor bij Kroatië, na een stuwing achter bergketens valt hij over de bergpassen als een koude wind naar zee.</p>
<h2>§ 3 Grondgebruik</h2>
<p>Het grondgebruik wordt beïnvloedt door het klimaat. De verdeling van de neerslag, de hoeveelheid, verdamping en het gebruik heeft invloed dus. Het ecosysteem komt steeds meer onder druk te staan omdat er meer mensen komen. Duurzaamheid is nodig.</p>
<p><strong>Waterproblemen</strong></p>
<p>De middellandse zee is warm en heeft zomers een hoge verdamping. Zomers is er soms een tekort aan water (bosbranden en overstromingen).</p>
<p><strong>Neerslagintensiteit</strong> (de hoeveelheid neerslag die binnen een bepaalde tijdsduur valt). Dit kan verschillen. Zo kunnen stortbuien overstromingen veroorzaken.</p>
<p><strong>Neerslagvariabiliteit </strong>(veranderlijkheid van de neerslag over een langere periode) verandert de hele tijd. Dit kan de <strong>waterbalans </strong>(een winst en verlies rekening waarin alle binnenkomende en uitgaande waterhoeveelheden worden geïnventariseerd) verstoren.</p>
<p>In de jaren 2003 en 2005 waren de winters droger dan normaal. Er was bijna geen grondwater en dit zorgde voor stijging van de temperatuur. Vooral in het noorden van Afrika zijn de veranderingen in de waterhuishouding een probleem. De bevolking zou toenemen dus hoe moet dit worden aangepakt in de toekomst? Om dit op te lossen worden ondergrondse voorraden opgeslagen, aquifers en wordt zout zeewater gefilterd.</p>
<p><strong>Antropogene invloeden</strong></p>
<p>De begroeiing is grotendeels loofwoud en steppevegetatie. Dit is niet meer zo, de overgang is in de toekomst meer bestemd voor agrarische doelen. Het proces voor ontbossing  is al lang geleden begonnen. Eerst was brandhout en bouw materiaal nodig. Men had ook behoefte aan weidegronden, akkerbouw en tuinbouw. Ook was er meer nodig voor nederzettingen. Ook voor werkeloosheid. Bijvoorbeeld ontslagen brandweerlieden. Er is steeds minder bos op de wereld. Verdroging vindt plaats.</p>
<h2>Hoofdstuk 3; Op de grens van continenten</h2>
<p>Milieu staat centraal</p>
<h2>§ 1 Actieve aarde</h2>
<p>Het middellandse zeegebied is een zeer bewegelijk gebied. Er zijn veel processen, zoals aardschokken en vulkanen.</p>
<p><strong>Een supercontinent valt uiteen</strong></p>
<p>Het gebied ligt op drie continenten, Afrika, Europa en Azië. De breuklijnen liggen in de Middellandse zee. Het ontstaan ervan begint aan het einde van het Paleozoïcum, het wordt Pangea genoemd. Op de grens van Trias en Jura gingen de werelddelen uit elkaar.</p>
<p>In de Tethyszee was er een oceanische rug die magma uitstootte. Het baslat kwam op de bodem. Er werd klei en kalksteen afgezet. Langs de kust ontstond sedimentatie plaats.</p>
<p><strong>Het westelijk deel van de Middellandse Zee</strong></p>
<p>Vanaf de Krijtperiode schoof Afrika naar het Noorden en werd de Tethyszee kleiner. Omdat de 2 aardplaten naar elkaar toe bewegen noemen we dit een <strong>convergente plaatgrens </strong>(grens tussen de platen die naar elkaar toe bewegen). Er werd een hele lange periode heel wat geschoven. Zo ontstond <strong>de Alpiene plooiingsfase </strong>(periode krijttertiair waarin de Pyreneeën, de Karpaten en de Alpen zijn ontstaan door plooiing van de aardkorst). De zee zou uiteindelijke verdwijnen.</p>
<p>Vanaf het Tertiair bewegen de platen naar elkaar toe. Het kan zijn dat een plaat onder een andere plaat duikt. Dit noemen we subductie. De continentale plaat duikt dan onder de continentale plaat, dit veroorzaakt een dunnere continentale plaat. De verschuiving van Afrika valt niet te stoppen.</p>
<p><strong>Vuurwerk in de oostelijke Middellandse Zee</strong></p>
<p>Elke subductie zone lijdt tot hele rij vulkanen. Aardbevingen worden veroorzaakt door huidige plaatbewegingen of door het wegzakken van delen van platen langs breuklijnen.</p>
<p><strong>Het Arabische blok</strong></p>
<p>In het noordoosten van de Afrikaanse plaat ontstond 20 miljoen geleden een aantal breuken. De belangrijkste zijn nu de Rode Zee en de Golf van Aden. Door de aanvaring van Turkije en Irak is nu het plooiingsgebergte de Taurus in Turkije ontstaan, met nog een paar. De rode zee werd steeds breder.</p>
<p>Griekenland wordt in elkaar gedrukt door de verplaatsing van Turkije waardoor vulkanen ontstaan.</p>
<p><strong>Vulkanisme </strong></p>
<p>Als gevolg van de platentektoniek ontstaan vulkanen en vulkanische afzettingen. De vormen kunnen kegels en vlakten vormen. <strong>Lava </strong>(wel of niet uitgestold magma dat over het aardoppervlak is uitgevloeid) stroomt eruit.</p>
<p>Vulkanen die ontstaan door subductie heten een <strong>explosief vulkaantype</strong> (soort vulkaan die zeer krachtige uitbarsting veroorzaakt). Het begint met een explosie, waarbij vloeibaar mengsel van hete stukjes steen en gassen met grote snelheid uit de vulkaan wordt gestoten. Soms wisselen afzettingen en lavastromingen elkaar af. Er ontstaat dan een klassieke vulkaankegel of met steile hellingen, <strong>stratovulkaan</strong> (vulkaantype waarbij de kegel is opgebouwd uit afwisselend aslagen en lavalagen).</p>
<p>Op het moment dat een vulkaan een grote hoeveelheid magma uitstoot kan het dak van de vulkaan inzakken. Deze instorting laat een groot rond bekken met steile wanden van soms honderden meters hoog ontstaan, een <strong>caldera </strong>(een zeer grote inzinking in een vulkaankrater, ontstaan door het instorten van het dak van een leeggelopen magmakamer).</p>
<p>Bij een vulkaanuitbarsting ontstaan afzettingen. <strong>Basalt</strong> (donker, fijnkorrelig stollingsgesteente dat na vulkanische uitbarstingen als uitvloeiingsgesteente aan de oppervlakte komt) krimpt tijdens het afkoelen, dit wordt ook wel gebruikt voor de dijken. <strong>Tuf </strong>(poreus, bruingrijs gesteente dat ontstaat door verklitting van vulkanisch as) wordt gebruikt voor de bouw.</p>
<h2>§ 2 Een kwetsbaar ecosysteem</h2>
<p>Het landgebruik is zeer intensief, er komen steeds meer mensen en toeristen.</p>
<p><strong>Veranderende landschapsvormen</strong></p>
<p>De <strong>geomorfologie </strong>(wetenschap die zich bezighoudt met het beschrijven en verklaren van de landschapsvormen) houdt zich bezig met landschappen. Meestal wordt een landschap gevormd door het seizoen, neerslag, vulkanisme en aardbevingen. De invloeden van verwoestijning, erosie, overstromingen en aardverschuivingen leidt tot afname van productiecapaciteit van de bodem, ook wel <strong>landdegradatie </strong>(het verlies van economische en biologische productiecapaciteit van landbouwgrond) genoemd.</p>
<p>Van <strong>verwoestijning </strong>(de verarming van vruchtbare bodems in gebieden met een droog klimaat) is er sprake als de plantengroei wordt verwijderd door menselijk toedoen. Grond was er te weinig en daarom werd er ontgonnen en ontbost. Op onvruchtbare stukken werd er extensieve landbouw zoals geiten houden gehouden. in gebieden met reliëf houdt het water niet vast. Dit wordt ook wel <strong>afspoeling </strong>(het naar beneden spoelen van de bovenste grondlaag van de bodem door stromend water) genoemd. Van een <strong>aardverschuiving </strong>is er sprake wanneer er een hellingafwaartse beweging is van gesteenten en verweerd materiaal. Van <strong>verzilting </strong>spreekt men als het zoutgehalte van het grond water toeneemt. Dit kan gebeuren door overstromingen, door zoute kwel en irrigatiemethodes.</p>
<p>Erosie is een schurende werking van wind, water en ijs en laat de het aardoppervlak veranderen. <strong>Geulerosie </strong>is een vorm erosie waarbij het afspoelende water steeds diepere geilen in de helling slijt. Het kan positief en negatief zijn, erosie. Positief kan zijn dat landbouwgronden worden aangevuld in de bergen en negatief kan verdwijning plantengroei zijn. De combinatie van kaalgekapte hellingen en kanalisatie van rivieren zorgt ervoor dat zich in korte tijd veel regenwater kunnen verplaatsen, een <strong>versnelde bodemerosie </strong>(het verdwijnen van de voor plantengroei belangrijke verweringslaag, als gevolg van menselijke activiteiten, sneller dan dat de natuur zou doen). Bijvoorbeeld skipistes aanleggen.</p>
<p><strong>Duurzame ontwikkeling in en rond de Middellandse Zee?</strong></p>
<p>Veel mensen trokken naar de kustgebieden na verwijderen van malaria. Het landschap werd daar niet meer goed onderhouden. Door stijging van de infrastructuur en de industrialisatie zijn verantwoordelijke voor de toename van het inwonertal. Veel plekken die niet bebouwd waren werden gebruikt voor het inrichten van toerisme hotels en etc.</p>
<p>De middellandse zee heeft een grote eigen waarde. Goed onderhouden stukken land, industrialisatie en intensivering van de landbouw worden op verschillende manier toegepast. Veel water wordt gedumpt in de middellandse zee, dit veroorzaakt vervuiling. Ook de landbouw doet dit, net als de zware industrie en olievervuiling.</p>
<p>Het aantal toeristen zorgt voor veel inkomsten.</p>
<p>Sinds 1976 hebben de landen rond de zee een plan opgesteld het Mediterranean Action Plan (MAP) tegen het vervuiling en voor duurzaam gebruik. De natuur moet genoeg tijd hebben om te herstellen. Hiervoor wordt geld ingelegd voor instituten, na streven van de regels en natuurlijk ook de uitvoering ervan. Er is een bepaalde wetgeving voor gekomen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-aardrijkskunde/de-geo-landbouw-in-europa/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Filosofie Cogito Wijsgerige antropologie</title>
		<link>http://www.schoolsamenvatting.nl/vwo-filosofie/filosofie-cogito-wijsgerige-antropologie/</link>
		<comments>http://www.schoolsamenvatting.nl/vwo-filosofie/filosofie-cogito-wijsgerige-antropologie/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 08 Nov 2011 23:04:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[VWO-filosofie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.schoolsamenvatting.nl/?p=1029</guid>
		<description><![CDATA[Uploader: Arthur Vak: Filosofie Niveau: VWO Omschrijving: Deze samenvatting is er eentje voor het vak Filosofie op VWO niveau. Het gaat om het hoofdstuk &#8220;Wijsgerige Antropologie&#8221; van de methode c.q. boek Cogito. Hieronder kun je al een deel lezen van de samenvatting. In download kun je de gehele samenvatting in PDF formaat downloaden. 1. De mens is [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Uploader: </strong>Arthur<br />
<strong>Vak: </strong>Filosofie<br />
<strong>Niveau: </strong>VWO</p>
<p><strong>Omschrijving: </strong>Deze samenvatting is er eentje voor het vak Filosofie op VWO niveau. Het gaat om het hoofdstuk &#8220;Wijsgerige Antropologie&#8221; van de methode c.q. boek Cogito. Hieronder kun je al een deel lezen van de samenvatting. In download kun je de gehele samenvatting in PDF formaat downloaden.</p>
<span class="sb_download"><strong>Download (pdf): </strong><a href="http://www.schoolsamenvatting.nl/wp-content/uploads/2011/11/Filosofie-samenvatting-cogito-Wijsgerige-antropologie.pdf" target="_blank">Filosofie-samenvatting-cogito-Wijsgerige-antropologie.pdf</a></span>
<h2><strong>1. De mens is een dier dat kan denken</strong></h2>
<p>Een mens is tegelijkertijd het subject en het object van het onderzoek in de wijsgerige antropologie, zowel onderzoeker als datgene wat onderzocht moet worden.</p>
<p><strong>Aristoteles</strong><strong>à dier dat kan denken.  (monist, alles bestaat uit één stof)</strong></p>
<p><strong></strong>Lichaam en geest kunnen niet los van elkaar staan.<br />
<span style="text-decoration: underline;">Van nature kunstmatig</span><strong></strong></p>
<p>Friedrich Nietzsche <strong>à Wille zur macht</strong></p>
<p><strong></strong>Dus gericht op heersen en overleven. De mens moet uit de natuur begrepen worden en niet als de kroon op Gods schepping. De mens is een Mangelwesen ( een wezen met een gebrek), omdat de mens geen warme vacht of snelheid of kracht heeft, moet het zien te overleven door zijn intellectuele capaciteiten . Een dier leeft volgens een vast patroon, een mens niet.</p>
<p><strong>Helmut Plessner </strong><strong>à van nature kunstmatig.</strong></p>
<p><strong></strong>Waar mensen zijn worden huizen gebouwd, kunst gemaakt en nagedacht over hoe de wereld in elkaar zit. Behalve dat de mens zijn eigen leven vormgeeft, doet hij dat ook met zijn omgeving. Een mens is naast een natuurwezen ook een cultuurwezen, aangezien hij afstand kan nemen van natuurlijke behoeftes(bijv. wachten op etenstijd). Mensen proberen via cultuur zin te geven aan hun leven, iets wat de natuur niet geeft. Door de cultuur kan de mens zichzelf leren kennen. De mens maakt de cultuur, maar de cultuur maakt ook de mens. (enculturatie).</p>
<p><strong>Copernicaanse wendingen</strong></p>
<p>Drie schokken : Copernicus, Charles Darwin en Sigmund Freud zelf.</p>
<p><strong> Copernicus</strong><strong>à heliocentrisch </strong></p>
<p><strong></strong>Zon in het middelpunt. (Het idee dat de aarde niet het middelpunt van het heelal was, bekend als de <strong>copenicaanse wending</strong>, betekende een schok voor het mensbeeld. De aarde, en daarmee de mens, werd plotseling uit het middelpunt van de schepping gehaald.</p>
<p><strong>Charles Darwin </strong><strong>à</strong><strong> Orgin of species</strong></p>
<p><strong></strong>Evolutietheorie= natuurlijke selectie, survival of the fittest. Het best aangepaste dier overleeft, de andere soorten sterven uit.<br />
<strong></strong></p>
<p><strong>Sigmund Freud </strong><strong>à Onvervulde verlangens</strong></p>
<p>Niet alleen werd de mens als een dier beschouwd, door Freud werd hij ook nog eens als een ziek dier beschouwd, een die therapie nodig heeft. Freud deelt de menselijke geest in drieën: het Ich (persoonlijkheid), Es (de (seksuele) driften), en Über-Ich (een soort geweten dat opgebouwd word door de opvoeding). Het lichaam speelt een belangrijker rol dan bijvoorbeeld bij Plato of Descartes, die de mens voorla als een redelijk wezen opvatten.</p>
<h2><strong>2. Lichaam en geest.</strong></h2>
<p><strong>Wie ben ik ook al weer?</strong></p>
<p>John Locke <strong>à tabula rasa (onbeschreven blad)</strong></p>
<p><strong></strong>Er is niet zoiets als een aangeboren karakter en zijn er geen aangeboren ideeën. Door wat je meemaakt, word je wie je bent. Volgens Locke komt ook het idee van het ‘zelf’ voort uit de ervaring. Het zelf is een verzameling van ervaringen die we door ons geheugen tot een samenhangend verhaal maken.. De kettingen van ervaringen maakt je tot een uniek individu, niemand anders heeft precies dezelfde levensgeschiedenis als jij. Maar als je dan je geheugen verliest, verlies je dan ook je ‘zelf’? We zijn geneigd te denken dat er los van het geheugen nog iets anders is dat een persoon maakt tot wat die is, dat wat zijn identiteit bepaalt.</p>
<p><strong>Hume</strong><strong>à zelf-loos</strong></p>
<p><strong></strong>Buiten onze ervaringen is er niets. Je kan je ‘jezelf’ niet voelen, je voelt alleen naar warmte of kou, honger of dorst, pijn of genot. Wat je ook probeert, je ‘zelf, de eigenaar van deze gevoelens en ervaringen, kun je dus nooit vinden. Dat ‘zelf’ bestaat ook helemaal niet, volgens Hume. We moeten van het idee af dat er een kern is. Is een soort ui, je kan laag voor laag er af pellen  om op zoek te gaan naar de kern, maar uiteindelijk houd je niets over. Wij zijn niets meer dan een verzameling van ervaringen en herinneringen , een kern ontbreekt.</p>
<p><strong>Postmoderne opvatting: er is niet één waarheid over de mens, maar talloze verschillende opvattingen naast elkaar.</strong></p>
<p><strong>Ziel of machine? </strong></p>
<p><strong>Plato</strong><strong>à dualist</strong></p>
<p><strong></strong>Volgens Plato is er wél een onveranderlijke kern, namelijk de menselijke ziel. Het lichaam mag dan wel veranderen en uiteindelijk sterven, maar de ziel is onveranderlijk en onsterfelijk. De ziel bestaat uit drie delen: de rede, het gemoed en de begeerte dat hij het gouden, het zilveren en het bronzen deel noemt.<br />
Plato gaat uit van twee werelden  de onstoffelijke wereld van de ziel en de zuivere ideeën aan de ene kant en de aardse, materiële wereld van het lichaam aan de andere kant. Dit is een dualistisch uitgangspunt, dat wil zeggen dat er twee substanties zijn, twee soorten stof die radicaal gescheiden zijn.</p>
<p><strong>René Descartes </strong><strong>à interactieprobleem</strong></p>
<p><strong>Cartesiaanse dualisme= lichaam en geest zijn twee strikt gescheiden substanties.</strong></p>
<p><strong></strong>Volgens Descartes is het lichaam stoffelijk (gemaakt van materie) en neemt dit ruimte in (res extensa). De geest daarentegen, neemt geen ruimte in en is onstoffelijk (res cogitans). Deze scheiding is absoluut: de wereld van de materie en de wereld  van de geest zijn totaal verschillend en het is moeilijk voor te stellen hoe ze invloed op elkaar uit kunnen oefenen.</p>
<p><strong>De la Mettrie </strong><strong>à materialisme</strong></p>
<p><strong></strong>De la Mettrie was er van overtuigd dat het cartesiaans dualisme niet klopte. Alleen een gezond mens kan denken dat lichaam en geest twee totaal verschillende dingen zijn. Er is maar één substantie volgens La Mettrie, en dat is de marerie. De mens is niet anders dan een ingewikkelde machine. Ons denken en voelen zijn bepaalde toestanden van de hersenen waarin zich allerlei fysische en chemische processen afspelen die scheikundig te verklaren zijn. Deze opvatting word het <strong>materialisme</strong> genoemd.</p>
<p><strong>Deterministische visie: als alles wat wij denken en doen wordt bepaald door stofjes en processen waar wij zelf geen invloed op hebben, is onze vrije wil een illusie.</strong></p>
<p>Het materialisme is een vorm van monisme.</p>
<p><strong>Benedictus de Spinoza </strong><strong>àéén substantie (God)</strong></p>
<p><strong></strong>Er is maar één substantie, en dat is God of het Ene. God is oneindig en buiten God kan niets bestaan of begrepen worden. Het denken en het lichamelijke zijn beide verschijningsvormen van God. Het zijn twee aspecten van dezelfde substantie.</p>
<p><strong>De wereld tussen haakjes zetten</strong></p>
<p><strong></strong>De kloof tussen lichaam en geest die het cartesiaans dualisme kenmerkt, is ook een kloof tussen binnen- en buitenwereld. De binnenwereld is de wereld van de geest, die onzichtbaar is, want ons bewustzijn is alleen voor onszelf toegankelijk. Met ons lichaam bevinden we ons in de buitenwereld, het lichaam is een ding tussen alle andere dingen in de buitenwereld.</p>
<p><strong>Immanuel Kant </strong><strong>à transcendentaal denken</strong></p>
<p><strong></strong>Hij maakte in de kennistheorie onderscheid tussen onze waarneming en de objecten <em>an sich</em>. Hoe de wereld er ‘op zichzelf’ uitziet, kunnen wij niet weten. Wij kijken via onze ervaringen, wij kunnen bijvoorbeeld niet weten hoe een vleermuis kijkt.</p>
<p>Husserl à fenomenologie<br />
Onderschied tussen de manier waarop wij de dingen ervaren (de fenomenen) en hoe die dingen los van onze ervaring zijn. Omdat we deze laatste niet kunnen weten moeten we volgens Husserl de wereld tijdelijk tussen haakjes zetten en ons alleen focussen op onze ervaringen.<br />
Volgens Husserl moeten we ons het bewustzijn niet voorstellen als een afgesloten kamer vol gedachten in ons hoofd. Alleen door de activiteit van het ervaren van dingen in de wereld bestaat het bewustzijn. Dit wordt intentionaliteit genoemd: het bewustzijn is altijd op iets anders gericht dan op zichzelf. Je kunt niet denken, kijken of voelen zonder aan íets te denken, kijken of voelen.</p>
<p><em>De rest van de samenvatting is terug te lezen in het pdf bestand&#8230;</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.schoolsamenvatting.nl/vwo-filosofie/filosofie-cogito-wijsgerige-antropologie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Chemie overal hoofdstuk 5, 15 en 18</title>
		<link>http://www.schoolsamenvatting.nl/vwo-scheikunde/chemie-overal-hoofdstuk-5-15-en-18/</link>
		<comments>http://www.schoolsamenvatting.nl/vwo-scheikunde/chemie-overal-hoofdstuk-5-15-en-18/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 05 Nov 2011 15:47:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[VWO-scheikunde]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.schoolsamenvatting.nl/?p=1022</guid>
		<description><![CDATA[Uploader: Tom Vak: Scheikunde Niveau: VWO Omschrijving: Dit is een samenvatting van drie hoofdstukken van het boek Chemie Overal voor scheikunde voor het VWO. Het bevat: hoofdstuk 5, hoofdstuk 15 en hoofdstuk 18. Hieronder kun je een deel van de inhoud zien. In de pdf is de gehele samenvatting te lezen. Reactietypen Substitutiereactie: Een atoom(groep) wordt vervangen door [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Uploader: </strong>Tom<br />
<strong>Vak: </strong>Scheikunde<br />
<strong>Niveau: </strong>VWO</p>
<p><strong>Omschrijving: </strong>Dit is een samenvatting van drie hoofdstukken van het boek Chemie Overal voor scheikunde voor het VWO. Het bevat: hoofdstuk 5, hoofdstuk 15 en hoofdstuk 18. Hieronder kun je een deel van de inhoud zien. In de pdf is de gehele samenvatting te lezen.</p>
<span class="sb_download"><strong>Download (pdf): </strong><a href="http://www.schoolsamenvatting.nl/wp-content/uploads/2011/11/Scheikunde-chemie-overal-samenvatting-hoofdstuk-5-15-18.pdf" target="_blank">Scheikunde-chemie-overal-samenvatting-hoofdstuk-5-15-18.pdf</a></span>
<h2>Reactietypen</h2>
<p><strong>Substitutiereactie: </strong>Een atoom(groep) wordt vervangen door een andere atoomgroep. Bij halogenen gebeurt dat alleen onder straling.<br />
<strong>Additiereactie: </strong>Een atoom(groep) wordt toegevoegd aan een onverzadigd molecuul.<br />
<strong>Eliminatiereactie: </strong>Je elimineert een atoom(groep) uit een molecuul en er ontstaat een dubbele binding.<br />
<strong>Isomerisatiereactie: </strong>Er treedt een verandering binnen het molecuul op.</p>
<h2>Structuren van eiwitten</h2>
<p><strong>Primaire structuur</strong></p>
<ul>
<li>Het aantal</li>
<li>Het type</li>
<li>De volgorde</li>
</ul>
<p><strong>Secundaire structuur</strong></p>
<ul>
<li>Spiraalstructuur (α-helix)</li>
<li>Plaatstructuur (β-helix)</li>
</ul>
<p>Plaatstructuur is een recht stuk polypeptiden, spiraalstructuur is krom.</p>
<p><strong>Tertiaire structuur</strong><br />
De ruimtelijke structuur van een eiwit.</p>
<p><strong>Denatureren</strong><br />
Denatureren is het verbreken van de secundaire en tertiaire structuur. Dit gebeurt door verhoging van de pH of de temperatuur.</p>
<h2>Werking van enzymen</h2>
<p>Een enzymmolecuul verhoogt de snelheid waarmee een het substraat reageert.</p>
<p><strong>A. Binding van het substraat aan het enzym.</strong></p>
<p>Enzymen passen maar op 1 molecuulsoort. Tijdens de vorming van de binding tussen het substraat<br />
en enzym worden de volgende bindingen toegepast:</p>
<ol>
<li>Vanderwaalsbinding</li>
<li>H-brug</li>
<li>Elektrostatische binding</li>
<li>Atoombinding (een zwavelmolecuul bijvoorbeeld.</li>
</ol>
<p><strong>B. De enzymgekatalyseerde reactie</strong></p>
<p>Het enzym zorgt ervoor dat de bindingen tussen de atomen van het substraat verzwakken zodat het<br />
verbreken sneller gebeurt.</p>
<p><strong>C. Afscheiding reactieproduct van enzym</strong></p>
<p>Het enzym laat het reactieproduct los en komt weer in zijn oorspronkelijke toestand.</p>
<h2>DNA</h2>
<p>De celkern bestaat uit 46 chromosomen, staafjes waarom een DNA-molecuul is gewikkeld.<br />
DNA bestaat uit twee polyesterstrengen die in een dubbele spiraal om elkaar heen gewikkeld zijn. De<br />
polyester wordt gevormd door verestering van fosforzuur en de OH-groepen op plaats 3 en 5 van<br />
deoxyribose. Op een van de C´s van deoxyribose zit een van de volgende moleculen:</p>
<ol>
<li>Adenine</li>
<li>Cytosine</li>
<li>Guanine</li>
<li>Thymine</li>
</ol>
<p>T is verbonden met A d.m.v. twee H-bruggen, G en C door 3.</p>
<p>Replicatie van het DNA gebeurt als volgt:</p>
<p>De dubbele helix wordt als het ware uit elkaar geritst, dan komen er in de lege basen opnieuw de  bijbehorende basen en een nieuwe streng is gevormd.</p>
<h2>RNA</h2>
<p>RNA zijn kopieën van het DNA die niet ontstaan zijn door celdeling. De verschillen zijn:</p>
<ol>
<li>D-ribose ipv D-2-deoxyribose.</li>
<li>I.p.v. thymine de base uracil.</li>
<li>RNA heeft geen dubbele helix.</li>
</ol>
<p>Het proces waarbij een RNA kopie gemaakt wordt transcriptie.<br />
Moeilijk moeilijk moeilijk</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.schoolsamenvatting.nl/vwo-scheikunde/chemie-overal-hoofdstuk-5-15-en-18/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

<!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Minified using disk: basic
Page Caching using disk: enhanced
Object Caching 1197/1297 objects using disk: basic

Served from: www.schoolsamenvatting.nl @ 2012-02-23 00:38:08 -->
