Buitenland 1 samenvatting hoofdstuk 1 en 2
Uploader: Sjoerd V.
Vak: Economie
Niveau: HAVO
Omschrijving: Dit is een samenvatting van het boekje “buitenland 1″ voor het vak economie en het niveau HAVO. Het is een relatief korte samenvatting en daardoor handig als je even het hoofdstuk nog wil doornemen. Onderwerpen die aanbod komen zijn onder andere: protectionisme, economische integratie, supranationale organen et cetera.
Download (pdf): Samenvatting-havo-economie-h1-h2-buitenland-1.pdf
De samenvatting
Hoofdstuk 1 Buitenland 1
1.1.
Belangrijke oorzaken dat landen verschillen in concurrentiepositie ten opzichte van elkaar zijn:
- Natuurlijke omstandigheden
- Technische ontwikkeling
- De loonkosten per product
- De kwaliteit van de producten
- Infrastructuur
Loonkosten per product = Inkomen: Aantal producten
De concurrentiepositie wordt oa bepaald door de kwaliteit van de
productie en de infrastructuur (beter havens, wegen en luchthavens).
1.2
Vrijhandel= Wanneer de internationale handel niet wordt belemmerd. Conclusie: bij vrijhandel worden de producten daar gemaakt waar ze tegen de laagste prijs en de beste kwaliteit gemaakt kunnen worden.
Protectionisme= Het beschermen van de eigen economie door invoerbelemmeringen en/of uitvoerbevorderingen. Maatregelen protectie:
- Invoerrechten (een tarief op importproducten)
- Quotering (er mag een bepaalde hoeveelheid producten geproduceerd hebben)
- Kwaliteitseisen
- Subsidiëring van de binnenlandse producten (Binnenlandse producten kunnen dan goedkoper produceren en lager verkopen waardoor de concurrentie beter wordt)
- Subsidiëring van de export
Redenen voor protectiemaatregelen:
- Bescherming van de binnenlandse werkgelegenheid
- Beschermen van beginnende industrieën (die maken veel kosten in het begin)
- Het bewaren van onafhankelijkheid
Ontwikkelingslanden willen graag dat het protectionisme vermindert; zij zijn de producenten van agrarische producten, en die exporteren ze graag naar de rijke landen.
1.3
Hoe hoger het inkomen, hoe groter de welvaart. Hoe goedkoper de producten, hoe groter de welvaart. Vrijhandel en welvaart hebben een belangrijke verbinding. Helaas gaat een goede welvaart ten koste van het milieu, de arbeidsomstandigheden en de sociale zekerheid. Om die 3 punten op orde te krijgen moet je geld betalen, maar dat gaat dan weer ten koste van de welvaart
Economische integratie = het streven van veel landen naar meer vrijhandel en economische samenwerking ter bevordering van de welvaart. Hier enkele vormen van economische integratie:
- Vrijhandelszone (Denk aan de NAFTA, invoerrechten onderling afschaffen)
- Douane-unie (Een gemeenschappelijk buitentarief instellen)
- Gemeenschappelijke markt (Ook het verkeer van diensten en van productiefactoren vrijhouden van handelsbelemmeringen)
- Economische unie (Het beleid van landen op elkaar afstemmen)
- Economische en monetaire unie (1 Gezamenlijke munt en instellingen die boven de nationale regering staan).
Hoofdstuk 2 Buitenland 1
2.1
Een 1e stap richting integratie is Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). De EGKS voorzag in volledig vrij verkeer voor kolen en staal binnen de deelnemende landen. Deze samenwerking verkleint de kans op oorlog.
Bij het ontstaan van de EU zijn de grenscontroles afgeschaft met uitzondering van drugs en wapens omdat daar verschillen in regels over bestaan tussen de landen.
Wat de toetreding voor een land betekent, kunnen we al voorbeeld Oostenrijk gebruiken:
- Kon producten gemakkelijker kwijt in buitenland
- Profiteren van de buitenlandse import waar je dan geen invoerrechten over hoeft te betalen. Aan de andere kant vreesden de Oostenrijkse boeren te lijden onder de relatief goedkope import van landbouw.
2.2
De EU kent de volgende supranationale organen:
- De raad van (Europese) ministers (Het hoogste besluitvormende orgaan. Bestaat uit de ministers van de lidstaten)
- De Europese Commissie (Het dagelijkse bestuur. Ieder lid van de commissie heeft zijn eigen onderwerp. Ze geeft ook adviezen en doet voorstellen aan de Raad van Ministers)
- Het Europese Parlement (Dit is de Europese volksvertegenwoordiging.
- Eens in de 5 jaar kiezen de burgers een nieuw parlement. Ze heeft wetgevende bevoegdheden)
- Het Europese Hof van Justitie (De Europese rechtbank. Een burger kan in beroep gaan als hij het ergens niet mee eens is, bij het Europese hof)
- De Europese Raad van Regeringsleiders (2x per jaar komen de regering leiders bij een om actuele zaken te bespreken. Meestal nemen zij hun ministers van buitenlandse zaken mee)
Uit de taakomschrijvingen blijkt duidelijk dat de democratische controle ontbreekt. Alles wordt gecontroleerd door de parlementen die wetgevende bevoegdheid hebben. Dus een plan kan alleen uitgevoerd worden als de 1e en 2e kamer het goed keurt.