Chemie Overal: Hoofdstuk 4 zouten en zoutoplossingen

Datum 7 april 2016
Uploader Charlie
Niveau VWO
Methode Chemie Overal

Een samenvatting voor Chemie Overal hoofdstuk 4 over zouten en zoutoplossingen voor VWO leerjaar 4.

Samenvatting downloaden of printen
Stuur jouw samenvatting
Inhoud

4.2 zouten

De vorming van een zout

Door een reactie tussen een metaal en een niet-metaal ontstaan ionen die bouwstenen zijn voor de stof die gevormd wordt. Hierdoor wordt voldaan aan de octetregel. Het rooster dat gevormd wordt, heet het ion-rooster.

De ionbinding

De ionen oefenen een kracht op elkaar uit. Die kracht noem je elektrostatische krachten. Die krachten zijn heel sterk. Hierdoor ontstaat een binding: ionbinding. Deze binding is veel sterker dan een vanderwaalsbinding of een waterstofbrug.

4.3 namen en formules voor zouten

De ionen

Door achter de metalen van een zout –ion te plaatsen. Ionen die uit één atoomsoort bestaat noem je enkelvoudige ionen. Als bij een atoom meerde ionladingen zijn, zet je een romeins cijfer achter het atoom: tin(II)ion, Sn2+; tin(IV))ion, Sn4+.

Niet-metalen hebben altijd negatieve elektrovalenties. De naam van het niet-metaalion ontstaat door –ide achter het woord te plaatsen. Daarna nog ion erachter: chloride-ion. Als in één ion twee of meer verschillende atoomsoorten voorkomen, noem je die een samengesteld ion. Deze zijn via atoombindingen aan elkaar gekoppeld.

Namen en formules van zouten

De systematische naam van een zout is makkelijk als je de namen van ionen kent. Eerst het positieve ion, dan het negatieve ion erachter.

Triviale namen: sommige zouten hebben ook nog een triviale naam. Zoals keukenzout: natriumchloride.

Zoutformules: de ionen in een zout zijn in zodanig verhouding aanwezig, zodat het elektrisch neutraal is. De ionen zijn dus in verhouding aanwezig: verhoudingsformule. Bij Al3+ en Cl- is de verhouding 1:3. Dus de formule voor dit zout is AlCl3.

4.4 zouten in water

 Water als oplosmiddel voor zouten

Watermoleculen zijn dipoolmoleculen. H heeft een beetje + en zuurstof een beetje -. De Na+ bind zich aan O- en Cl- bind zich aan H+. hierdoor ontstaan nieuwe bindingen en is NaCl opgelost. Het omringen van watermoleculen noem je hydratatie. Bij gehydrateerde ionen noem je de fase achter de formule aq.

Oplossen en indampen

Oplossen van zouten: daarvoor stel je een oplosvergelijking op. Bij een oplosvergelijking is elk ion afzonderlijk gehydrateerd.

oplosvergelijking

Indampen van een zoutoplossing

Doordat het water verdampt vormt het zout weer een ionrooster. Je maakt een indampvergelijking.

Oplosbaarheid

Oplosbaarheid geeft aan hoeveel stof er kan worden opgelost in een oplosmiddel. Als de maximum hoeveelheid stof is opgelost, noem je de oplossing verzadigd. Zo niet, is de oplossing onverzadigd.

Metaaloxiden in water

De meeste metaaloxiden zijn slecht oplosbaar in water. Bij Na, K, Ca en Ba (met O) is het anders. Die stoffen reageren met water.  De O-ionen worden OH-ionen.

4.4 zouthydraten

Kristalwater

Door bij wit kopersulfaat een beetje water toe te voegen, het kopersulfaat wordt gehydrateerd, waardoor de stof blauw wordt. Dit water heet kristalwater. Dit zout heeft nu watermoleculen in het ion-rooster. Deze zouten worden zouthydraten genoemd. Elk kopersulfaat wordt omringd door vijf watermoleculen. Dit wordt aangegeven door een punt achter het zout te zetten en daarna het aantal watermoleculen: CuSO4 * 5H2O. Kopersulfaatpentahydraat. Voeg je meer water toe, dan zal het kopersulfaat oplossen in water:

kopersulfaat.

kristaalwater opnemen is exotherm. Kristalwater afstaan en endotherm.

4.6 Glaswerk en nauwkeurigheid

Toevallige en systematische fouten

Als je bij het aflezen van een maatcilinder een foutje maakt is het een toevallige fout. Als de fout wordt veroorzaakt door gebrekkige apparatuur spreek je van een systematische fout.

4.7 molariteit

Molariteit

 Als je een hoeveelheid stof oplost in water, wordt de concentratie uitgedrukt in mol/L: molariteit. M=aantal mol/aantal liter. Voor de molariteit van elk deeltje dat werkelijk in de oplossing zit bestaat uit een verkorte weergave: [  ] om de formule. Als je de molariteit per ion in een stof moet berekenen, doe je de molariteit keer in de verhouding de stof.