De Geo H3 Europa: van de bergen naar de zee

Datum 14 maart 2016
Uploader Anoniem
Niveau HAVO
Methode De Geo

Een samenvatting van De Geo hoofdstuk 3 "Europa: van de bergen naar de zee" voor Aardrijkskunde HAVO.

Samenvatting downloaden of printen
Stuur jouw samenvatting
Inhoud

3.1 De alpen: het natuurlandschap

Hoe zijn de Alpen gevormd?

Ongeveer 225miljoen jaar geleden, waren alle continenten 1 geheel, dat noem je Pangea. In de miljoenen jaren viel Pangea uit elkaar, sommige uit elkaar gevallen platen botsen. Daardoor ontstonden gebergte, zoals de Alpen. Ongeveer 50miljoen jaar geleden, botsten de Euraziatische plaat en de Afrikaanse plaat en zo ontstonden plooiingsgebergte. De Alpen is daar een voorbeeld van.

Jong en oude bergen

  • Jong en oud zeggen iets over de vorm van het gebergte.
  • Jonge gebergten: hoog, steile hellingen, spitse bergtoppen en diepe dalen.
  • Oude gebergten: flauwe hellingen, afgeronde toppen en zijn lager.

Exogene krachten zorgen voor de verschillen tussen jonge en oude gebergten, in de loop van miljoenen jaren slijten bergen langzaam af. Verwering is een belangrijke exogene kracht. Het verweringsmateriaal wordt naar beneden afgevoerd via gletsjers en rivieren, tijdens dat transsport vind erosie plaats. Door de verwering en erosie worden gebergten steeds vlakker en dalen steeds breder.

Herhalingsopdracht 11

  1. De alpen zijn een hooggebergte – Goed
  2. 225 miljoen jaar geleden botste de Afrikaanse plaat tegen de Euraziatische plaat – Fout
  3. Hooggelegen betekent dat het gebied altijd veel reliëf heeft – Fout
  4. Een middelgebergte heeft toppen van meer dan 1500 meter – Fout
  5. Een jong gebergte is minder afgesleten dan een oud gebergte – Goed
  6. Spleetvorst is een goed voorbeeld van erosie – Fout
  7. Verwering is endogene kracht – Fout
  8. Het puin dat bij spleetvorst ontstaat heet verweringsmateriaal – Goed
  9. Verwering is het afschuren van hard gesteente door met verweringsmateriaal geladen water, ijs -of wind – Fout
  10. De Eifel is een voorbeeld van een oud gebergte – Goed

Basisboek

B58 Reliëf:

De aardkorst is niet glad, maar vertoont reliëf. Reliëf betekent:

hoogteverschillen in het landschap. De 4 verschillende reliëfvormen:

– Hooggebergte:

Meeste toppen hoger dan 1500m

– Middelgebergte:

Meeste toppen tussen 500 en 1500m

– Heuvelland:

Meeste toppen tussen 200 en 500m

– Laagland:

Het is vrijwel overal lager dan 200meter

Een gebied met weinig of geen reliëf is een vlakte, als zo’n gebied onder de 500m

ligt is het een laagvlakte, boven de 500m is het een hoogvlakte of plateau.

B65 Erosie:

Gebergten bestaan meestal uit hard gesteenten, hoe maar hard dat ook is heel langzaam verbrokkeld het. Op den duur (duizenden jaren) verbrokkelen rotsblokken tot grind, grind vergruist later dan weer tot zand en klei. Verwering

is het uiteenvallen van gesteente door weer en plantengroei, het is een exogene kracht.

Bij afvoer van verweringsmateriaal komt nog een exogene kracht kijken, erosie. De definitie van erosie is: het afschuren en uitschuren van hard gesteente door met verweringsmateriaal geladen water, ijs of wind.

3.2 De Alpen : Toerisme en verkeer

Hoe leefde de boeren vroeger?

De bergboeren waren gespecialiseerd in de melkveeteelt, hun boerderijen lagen in  het dal bij belangrijke weidegebieden. Zomers werden ook de natuurlijke alpenweiden gebruikt om koeien te laten grazen. Zomers woonden de boeren in een chalet of berghut op de Almen. Om niet te ver te hoeven lopen.

Toerisme

Veel boeren zijn met hun bedrijf gestopt en werken nu fulltime in het toerisme. Ze verhuren kamers, werken als skileraar of controleren skipassen bij de liften.

Verkeersdrukte

De vele vrachtwagens die er rijden zorgen voor veel luchtvervuiling, geluidsoverlast en drukte. Spoortunnels zijn de oplossing! De bergpassen worden steeds rustiger en door de bergtunnels, worden de relatieve afstanden korter.

Herhalingsopdracht 11

Natuurlijk element – Alpenweide boven de boomgrens Hoogseizoen – Topdrukte
Inrichtingselement – Bijverdienste – Skileraar
Bergboeren – Melkveehouders Pas – Laagste punt op een bergrug
Verblijfsaccommodatie – Hotel Toerisme – primaire sector
Skipiste – Ontboste helling Veeteelt – tertiaire sector

Basisboek

B83 Hoogtegordels

Een natuurlijke zone op een berg heet een hoogtegordel.

Eeuwige

sneeuw: 4000m , temperatuur -4

Rots gordel:

2500-3500m, temperatuur 3000m is 2

Alpenweide:

2000-2500m, temperatuur op 2000m 8

Naaldboomgordel:

1000-2000m, temperatuur op 1000m 14

Loofboomgordel:

0-1000m, temperatuur 20

B168 Massatoerisme:

Als veel toeristen op dezelfde plek verblijven heet dat massatoerisme, 3 kenmerken van massatoerisme zijn:

– het kent enorme pieken vooral in het hoogseizoen (juli & augustus)

– Grote internationale ondernemingen

– Georganiseerd op vakantie (bij reisbureau geboekt)

3.3 Rivieren van ijs

Wat zijn de gevolgen van een gletsjer

Een gletsjer veranderd het hele landschap, er ontstaan U-dalen, gletsjerpoorten rivieren en tunnels.

Hoe zijn fjorden ontstaan?

In de ijstijd was alles bedekt met landkapijs en gletsjers, toen dit ging smelten en de temperatuur steeg trok het ijs zich terug uit de U-dalen. Dat werden fjorden.

Herhalingsopdracht 11

1 korrelsneeuw = firn

2 gletsjerpuin = eindmorenen

3 met zeewater volgelopen U-dal = fjord

4 holte onder de gletsjer = gletsjertunnel

5 dal in Noorwegen = Briksdal

6 uiteenvallen van hard gesteente = verwering

7 dikke laag ijs op het land = landijskap

8 vervoerder van verweringsmateriaal =Briksdalgletsjer

9 stad in Noorwegen = Scandinavië

10 langste fjord in Noorwegen = Sognefjord

Basisboek

B64 Afvoer van verweringsmateriaal

De 4 vervoerders van verweringsmateriaal:

1 zwaartekracht

2 rivieren

3 gletsjers of landijs

4 wind

B91 Gletsjers

In de bergen lijkt het altijd winter, er ligt firn in de firnbekken. Je ziet het ijs niet schuiven , het duurt miljoenen jaren.

3.4 Een reisje langs de zee

2 manieren waarop een rivier het landschap kan veranderen.

  1. Erosie: het stromende water neemt klei, zand, grind en stenen mee en schuurt tijdens het stromen de bodem uit, dit is een vorm van erosie.
  2. Sedimentatie: als het water langzamer gaat stromen, bezinken er deeltjes. Eerst de zwaarste deeltjes: grind en stenen, later ook zand en klei. Dat bezinken heet sedimentatie.

De kenmerken van de bovenloop van de Rijn

De Rijn begint op 2100 meter hoogte in de Zwitserse Alpen, daar krijgt de rivier water van de smeltende gletsjers. Onderweg komt daar nog neerslag bij, het is dus een gemengde rivier. De Erosie is in de bovenloop heel sterk, door de hoge stroomsnelheid. De rivier schuurt samen met meegevoerd puin een diep V-vormig dal uit. Dat dal heeft steile wanden en een dunne bodem.

Basisboek

B90 Kringloop van het water

Water komt voor in 3 toestanden: vast, vloeibaar en gasvormig. Het voortdurend overgaan van de ene toestand naar de andere toestand is de waterkringloop.

B94 Rivieren

Er zijn twee soorten rivieren regenrivieren & gemengde rivieren. Een gebied bestaat niet uit 1 waterstroom, maar een bepaald stroomgebied. Een grens tussen 2 stroomgebieden noem je waterscheiding.

3.5 Op weg naar zee

Kenmerken van de Rijn in de Boven rijnse Laagvlakte

Het is een slenk, dat is een weggezakt stuk aardkorst. Het heeft aan allebei de kanten horsten, hoger gelegen delen. Aan de Franse kant de Vogezen en aan de Duitse kant het Zwarte Woud. Minder erosie, omdat de Rijn er langzaam stroomt. Meer sedimentatie. Het dal is gevuld met sedimenten.

Het bijzondere aan de Middenrijn

De Rijn moet zich hier een weg zoeken tussen middelgebergte. Langs de Middenrijn liggen grote kastelen, omdat het in de middeleeuwen een belangrijke handelsroute was. Veel cruiseschepen varen er en het staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

De manier waarop een rivier zich in de midden en benedenloop gedraagt

Het stroomt traag, het zoekt de snelste en makkelijkste stroomweg.

Het ontstaan van een Delta

Gesplitste rivierarmen laten een delta ontstaan. Delta’s zijn vlak en vruchtbaar, daardoor zijn de dichtbevolkt. Een nadeel is dat er een grote kans is op overstromingen.

W20

Bovenrijnse Laagvlakte : slenk

Vogezen : horst

Zwarte woud : horst

W21

Hoe hoger de stroomsnelheid, hoe meer erosie.

Hoe lager de stroomsnelheid, hoe meer sedimentatie.

Basisboek

B97 Grensoverschrijdende vervuiling

Water is altijd in beweging, rivieren voeren vervuild water af. Dat water trekt zich niks aan van landsgrenzen, een goed voorbeeld is de Rijn. Die brengt afvalstoffen uit Zwitserland en Duitsland naar Nederland. De grens over dus, dat heet grensoverschrijdende vervuiling.

3.6 De kusten van Nederland en Groot-Brittannië

Welke factoren bepalen de hoogte van de golven.

De wind, als het hard stormt zijn de golven hoger en sterker. Hoe lang het gewaaid heeft maakt ook uit. Ook de afstand is van belang.

Waarom sommige golven de kust afbreken en ander juist opbouwen

Het ligt aan wat voor kust het is, een aanslibbingskust of een klifkust.

De vorming van afbraakkust ( Engelse kust )

Een voorbeeld van een afbraakkust, is een klifkust. Dat is een boogvormig stuk rots in de zee, wat golven dus afbreken. Sterke golven slaan stukken rots weg, daardoor wordt de kust steeds kleiner.

W24 Zandafzetting Nederlandse kust

Zandbanken , niet droog, afgezet door water, niet begroeid. Strandwallen, bij eb droog, afgezet door water, niet begroeid. Duinen, bij eb en vloed droog, afgezet door wind, wel begroeid.