Kenmerkende aspecten: Koude Oorlog HAVO

Datum 1 oktober 2015
Uploader Vera
Niveau HAVO

Een overzicht van de kenmerkende aspecten voor HAVO Geschiedenis en het onderwerp "Koude oorlog". Heel netjes in elkaar gezet door Vera.

Samenvatting downloaden of printen
Stuur jouw samenvatting
Inhoud

1

Kenmerkende Aspecten:

  • De rol van moderne propaganda en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisaties
  • Het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieën
  • Het voeren van twee wereldoorlogen
  • Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij de oorlogvoering
  • De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog

De eenwording van Europa

Na de revolutie van 1917 kwam onder leiding van Lenin in Rusland de communistische partij aan de macht (1917), die streefde naar:

  • een klasseloze samenleving (geen verschil tussen arm en rijk)
  • een wereldrevolutie (verspreiden van communisme)

Stalin maakte van de Sovjet-Unie een totalitaire staat:

  • Communistische partijdictatuur (alleen de communistische partij is toegestaan)
  • Economische staatscontrole (planeconomie)
  • Terreur (het werkkamp Goelag)

Dit totalitaire systeem stond lijnrecht tegenover het systeem van de Verenigde Staten en andere Westerse landen, die waren namelijk gebaseerd op:

  • Kapitalisme (vrijemarkt economie, winst maken)
  • Politieke rechten van het individu
  • Democratie

Stalin wantrouwde het Westen maar de VS en de Sovjet-Unie hebben in de Tweede Wereldoorlog vanaf 1941 wel samengewerkt tegen de asmogendheden (Duitsland, Japan). Na de oorlog hebben ze Duitsland onder elkaar verdeeld.

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog liep de spanning tussen de twee landen op. Tijdens de Conferentie van de Potsdam (1945) werden de landen het niet eens over:

  • De vredesregeling met Duitsland (Sovjet-Unie wil schadevergoeding)
  • De nieuwe machtsverhoudingen in Europa (kapitalisme en communisme)

Om de oorlog in Azië tegen Japan te beëindigen en de Sovjet-Unie te intimideren gooit de Verenigde Staten atoombommen op Hiroshima en Nagasaki (1945). Het wantrouwen nam verder toe en er groeide hierdoor behoefte aan controle over de gebieden die van strategische belang werden geacht. Dit streven naar invloedssferen bevestigde elk van beide partijen het vijandbeeld van de andere partij.

In Oost-Europa ontstonden volksdemocratieën naar het model van de Sovjet-Unie. President Truman (Verenigde Staten) wil het communisme indammen met:

  • Trumandoctrine (1947); landen die bedreigd worden door het communisme helpen (containmentpolitiek)
  • Het stimuleren van Europese eenwording

Een voorbeeld van de Trumandoctrine was de Marshallhulp (1947). De Verenigde Staten geeft West-Europese landen geld en goederen om hun economieën te stimuleren om deze landen weerbaarder te maken tegen het communisme. De Oostbloklanden en de Sovjet kregen deze hulp aangeboden maar accepteerden de hulp niet.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Duitsland verdeeld in West-Duitsland en Oost-Duitsland, ook Berlijn werd verdeeld in twee stukken. Stalin probeerde West-Berlijn in handen te krijgen door de Blokkade van Berlijn (1948). De Verenigde Staten kon West-Berlijn behouden door vliegtuigen over te laten vliegen voor voedsel.

Uiteindelijk raakte Europa verdeeld in twee ideologische machtsblokken:

  • West Europa onder invloed van Verenigde Staten: Kapitalistisch, NAVO (1949)
  • Oost-Europa (Oostblok) onder invloed van Sovjet-Unie: Communistisch, Warschaupact (1955)

De blokken kwamen steeds grimmiger tegenover elkaar te staan door:

  • De wapenwedloop
  • Het bezit van atoombommen
  • De vorming van militaire bondgenootschappen (NAVO en Warschaupact)

Tijdens de redevoering van senator McCarthy (1950) beweerde McCarthy dat duizenden communisten infiltranten voor de overheid zijn. Ze waren voor de hem de oorzaak dat het communisme wereldwijd oprukte. De meeste beschuldigingen waren vals maar toch werden er veel ambtenaren ontslagen.

2

Kenmerkende Aspecten:

  • De rol van moderne propaganda en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie
  • Het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieën
  • De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog

Nadat de Bondsrepubliek Duitsland lid was geworden van de NAVO en de DDR van het Warschaupact, leek de Oost-Westverhouding in Europa gestabiliseerd. Men accepteerde de tweedeling.

Stalin werd in 1953 opgevolgd door Chroesjtsjov, dat gepaard ging met iets meer vrijheid. Ondanks de vreedzame co-existentie (in vrede naast elkaar leven) stond de Sovjet-Unie het niet toe dat in Hongarije een beweging op gang kwam die meer vrijheid wilde. Legers van het Warschaupact sloegen de Hongaarse Opstand (1956) neer.

Tijdens de bestorming van Felix Meritis (1956) bestormden jongeren het hoofdkwartier van de CPN (communistische partij Nederland) uit woede over neerslaan van de Hongaarse Opstand door het Sovjetleger.

Er ontstond een tweede crisis rond West-Berlijn tijdens het presidentschap van Kennedy en Chroesjtsjov. Het had een belangrijke symboolfunctie voor de Westerse wereld en DDR-burgers een vluchtweg bood. Uiteindelijk liet Chroesjtsjov de Berlijnse Muur (1961) bouwen waarmee de crisis ophield.

De meest riskante confrontatie tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie vond plaats tijden de Cubacrisis (1962). De Sovjet-Unie trachtte raketten te installeren op Cuba als tegenwicht voor Amerikaanse raketten in Europa en Eurazië (Turkije). De wereld balanceerde op het randje van een kernoorlog. Beide partijen beseften dat en gingen in overleg. Uiteindelijk haalde de Sovjet-Unie de raketten weg.

Mensen konden nog steeds de muur niet accepteren en daarom hield Kennedy een toespraak in Berlijn (1963). Hij sprak over de verschillen tussen Oost en West-Berlijn en maakte West-Berlijn het symbool van het vrije westen. Hij eindigde de toespraak met ‘Ich bin ein Berliner’.

3

Kenmerkende Aspecten:

  • De rol van moderne propaganda en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie
  • Het in de praktijk brengen van totalitaire ideologieën
  • De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog
  • De eenwording van Europa
  • De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren 60 aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen

Na de Cubacrisis drong bij beide partijen het besef door dat de Koude Oorlog dreigde uit te lopen op een onbeheersbaar nucleair conflict. Het streven naar crisisbeheersing leidde tot:

  • Verbetering in de communicatie (rechtstreekse telefoonverbinding)
  • Wapenonderhandelingen (het is niet veilig en slecht voor de economie)

Tijdens de Praagse Lente (1968) wil een nieuwe communistische regering vrije verkiezingen, vrijheid van meningsuiting instellen en de censuur afschaffen. Ze krijgen veel steun van de bevolking. De leden van het Warschaupact zijn bang dat dit beleid overslaat naar de andere Oostbloklanden en vragen de Sovjet-Unie om in te grijpen (Breznjev-doctrine). Onder leiding van De Sovjet-Unie grijpt het Warschaupact in en herstelde de totalitaire dictatuur.

De Détente (ontspanning tussen Verenigde Staten en Sovjet-Unie) leidde tot de ondertekening van Salt 1 (1972). Kernwapens werden sterker en sneller. Er werd afgesproken dat ze niet nog meer intercontinentale raketten zouden bouwen en ook geen verdedigingssystemen tegen deze raketten. Beide partijen bleven vasthouden aan controle over hun invloedssferen.

Het Amerikaanse SDI-project (1980) van president Reagan veroorzaakte grote onrust in de Sovjet-Unie. Ze konden deze nieuwe stap in de wapenwedloop niet aan vanwege de economie. In het Westen ontstond onder de bevolking steeds meer verzet tegen kernbewapening. Bijvoorbeeld de demonstraties tegen kernwapens in Amsterdam (1981) Door de sociaal-culturele verandering in de jaren 60 en 70 waren burgers kritischer geworden op hun regeringen, het gezag van politici werd niet meer automatisch geaccepteerd.

Met de komst van Gorbatsjov en zijn beleid van Glasnost en Perestrojka (openheid en economische hervorming) ging de Koude Oorlog zijn laatste fase in. Gorbatsjov liet de Breznjev-doctrine los, de gevolgen waren:

  • Hongarije opent als eerst haar grenzen (1989)
  • De val van de Berlijnse Muur (1989)
  • Het hele Oostblok valt uiteen, geen invloedssferen meer

Nadat Gorbatsjov was afgezet kwam er een einde aan de Koude Oorlog (1991).