Geschiedenis Werkplaats: 2.1 Welvaart en crisis in de V.S

Datum 12 januari 2016
Uploader Anoniem
Niveau HAVO
Methode Geschiedenis Werkplaats

Samenvatting van hoofdstuk 2.1 "Welvaart en crisis in de V.S" voor Geschiedenis 3 HAVO.

Samenvatting downloaden of printen
Stuur jouw samenvatting
Inhoud

A. Voorspoed in de jaren 1920

In 1927 verzekerde autofabrikant Ford dat iedereen een auto kon kopen. Om klanten over te halen bood Ford een afbetalingsregeling waarvan duizenden gezinnen met een beperkt inkomen al gebruik van hadden gemaakt. De advertentie van Ford waarvan de titel was:  ‘everyone owns a car but us’ was tekenend voor Amerika in de jaren 1920.

De eerste 10 jaren tussen het interbellum waren in de Vs tijden van voorspoed en kooplust. De industrie maakte een stormachtige groei door en het werk werd efficiënter bijv. door middel van de lopende band. Er werd steeds meer geproduceerd dus de lonen gingen omhoog waardoor er nog meer geld werd uitgegeven, het geld dat ze tekort kwamen leenden ze. De VS werden een consumptiemaatschappij. In 1929 had al 60% van de Amerikaanse gezinnen een auto. Amerika was het rijkste en welvarendste land ter wereld geworden.

Ook de vrije tijd nam toe, mensen gingen vaker uit. De mentaliteit veranderde. Vooral jongeren vonden in de roaring twenties plezier en opwinding steeds belangrijker. Ze gingen bijv. naar feesten en vonden hun uiterlijk steeds belangrijker waardoor ze de mode gingen volgen.

B. Crisis in de jaren 1930

Op donderdag 24 oktober 1929 begon de beurskrach. In de voorgaande jaren hadden Amerikanen veel aandelen gekocht, vaak met geleend geld. Op die donderdag gingen de aandelenkoersen van New York ineens hard omlaag. Veel mensen verkochten in paniek hun aandelen en maakten veel verlies. Na de beurskrach verslechterde de Amerikaanse economie. Veel mensen konden hun leningen niet terugbetalen en de banken gingen failliet, andere bedrijven volgden. Mensen raakten werkloos.

De crisis had ook in het buitenland toegslagen, de vraag naar producten nam af. Fabrieken sloten en boeren hadden overschot. Er ontstond armoede. Het was een wereldcrisis geworden.

President Hoover geloofde dat de overheid moest wachten tot de economie vanzelf herstelde. Werkelozen kregen nauwelijks steun en veel mensen woonden in sloppenwijken die ook wel ‘Hoovervilles’ genoemd werden. Bij de presidentsverkiezing in 1923 werd Hoover weggestemd en verkozen de mensen Franklin Delano Roosevelt tot president. Zijn aanpak van crisis was de New Deal.

Maatregelen van Roosevelt:

  • Banken werden gered met overheidgeld
  • Werkloosheidsuitkering
  • Hypoteken van de in problemen geraakte huizenbezitters werden gegarandeerd.
  • Industrie, landbouw en werkverschaffingsprojecten

Langzaam ging het weer beter.

Interbellum: periode tussen de twee wereldoorlogen

Lopende band: productiesysteem waarbij werknemers dezelfde handeling uitvoeren aan voorbij komende producten.

Consumptiemaatschappij: samenleving waarin veel consumptiegoederen worden gekocht

Roaring Twenties: de roerige jaren 1920

Beurskrach: sterke en snelle daling van de aandelenkoers op de beurs

New Deal: politiek van president Roosevelt om door overheiduitgaven de economische crisis te bestrijden.