Kenmerkende aspecten: De Republiek HAVO

Datum 26 september 2015
Uploader Vera
Niveau HAVO

Een samenvatting door Vera over de kenmerkende aspecten van "De Republiek".

Samenvatting downloaden of printen
Stuur jouw samenvatting
Inhoud

1

Kenmerkende Aspecten:

  • De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
  • Het begin van staatsvorming en centralisatie.
  • De protestantse Reformatie die leidde tot een splitsing van de christelijke kerk.
  • Het streven van vorsten naar absolute macht.

Aan het begin van de 16e eeuw begon Luther openlijk kritiek te leveren op de katholieke kerk:

  • Machtsaanspraken en zelfgemaakte wetten en regels van de kerk waren onterecht
  • Alleen de Bijbel is richtinggevend en moest daarom in de volkstaal worden verspreid

Luther zocht en vond steun voor zijn opvattingen bij Duitse vorsten, daarbij speelde boeken en pamfletten een grote rol. Karel V riep de belangrijkste Duitse vorsten bijeen voor de Rijksdag in Worms (1521) om de eenheid te redden. Hij vroeg Luther om zich te verantwoorden maar hij hield zich bij zijn kritiek op de kerk en vertaalde de Bijbel. Karel V verklaart Luther tot ketter maar een aantal Duitse vorsten waren het met Luther eens, dit was het begin van de kerkscheuring (Reformatie) en de kerk werd gesplitst in de rooms-katholieke kerk en de protestantse kerk.

Karel V (1515) slaagt er tussen 1515 en 1543 in om landsheer te worden van alle 17 Nederlandse gewesten. Hij probeerde het bestuur over deze gewesten te centraliseren (voor alle steden en gewesten dezelfde regels). Hij wilde de Nederlanden meer als een eenheid en wilde het centrale bestuur versterken. Dit deed hij door het instellen van de Drie Collaterale Raden (1531):

  • Raad van Financiën: geld en belastingen
  • Geheime Raad: rechtsgeleerden die wetten maakten en toezicht hielden op wetgeving
  • Raad van State: adviesorgaan met de belangrijkste Nederlandse edelen

Door de bloei van de handel en nijverheid was de positie van de stedelijke burgerij steeds sterker geworden, zij wilden hun rechten en vrijheden in ruil voor belastingen houden.

Intussen kreeg Luther ook in de Nederlanden aanhang, maar er waren geen vorsten die de protestanten beschermden. Karel V trad hard op met boekverbrandingen en de inquisitie. Dit leidde zelfs tot de instelling van de Bloedplakkaten (1550) wat betekende dat alle ketters en mensen die ketters onderdak verlenen moeten worden gedood, de bestaande privileges moeten daarvoor wijken. Het gevolg hiervan was dat er sprake was van toenemende onvrede bij de steden en gewesten omdat ze vonden dat dit een aantasting was van eigen privileges.

In 1555 (Augsburg) werd met de afspraak cuius regio eius religio besloten dat de vorst het geloof van zijn onderdanen bepaalde. Duitsland was vanaf toen verdeeld in katholieke en protestantse gebieden.

Calvijn werd vooral populair in de Nederlanden. Anders dan Luther vond Calvijn het goed dat zijn volgelingen zich zo nodig zonder toestemming van de overheid organiseerden. In de Nederlanden was dat van groot belang, want Karel V vervolgde alle ketters streng. Veel Nederlanders twijfelden aan de zin van strenge vervolging en waren bezorgd om de aantasting van hun privileges. De leer van Calvijn verspreidde zich vooral onder Filips II (1555) en zijn landvoogdes Margaretha van Parma. De toenemende onvrede was voor een aantal edellieden (Willem van Oranje) de reden om een Smeekschrift (1566) aan te bieden om de ketterwetgeving op te heffen. Een tijdelijke opschorting hiervan leidde tot meer calvinistische activiteit doordat calvinisten hagenpreken hielden en de Beeldenstorm kwam.

Filips II gaf de adel de schuld van dit alles en stuurde landvoogd Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. Veel edellieden vluchtten. Tijdens de Raad van Beroerten vonden er 1100 executies plaats.

Willem van Oranje probeerde vanuit Duitsland het verzet te leidden en begint in 1568 de Opstand in Heiligerlee. Hij kreeg daarbij steun van de watergeuzen. In 1572 viel Den Briel waarna meer Hollandse en Zeeuwse steden zich aansloten bij de Opstand. In 1572 werd Willem van Oranje benoemd tot stadhouder.

2

Kenmerkende Aspecten:

  • Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van de Nederlandse staat

Het lukte Alva niet om de opstand in de Nederlanden snel neer te slaan. Leiden werd bijvoorbeeld belegerd door de Spanjaarden (Ontzet van Leiden 1574). Of de Spanjaarden die op de vlucht sloegen omdat de geuzen de dijken hadden doorgestoken (1574). De laatste poging van de Spanjaarden om een Hollandse stad in te nemen was mislukt.

In de Nederlanden ontstond er een burgeroorlog waarbij opstandelingen zich niet alleen keerden tegen het Spaanse leger, maar ook de bestuurders die trouw bleven aan Filips en katholieken. Daarbij bleek Willem van Oranjes politiek van gelijkberechtiging voor de katholieken en protestanten in de opstandige gewesten onhaalbaar. Willem voerde een effectieve propagandaoorlog. Omdat hij een zo breed mogelijk draagvlak wilde voor de Opstand, koost hij voor nationale invalshoek in plaats van een religieuze invalshoek.

De huurlingenlegers van Filips II werden slecht betaald en er braken steeds meer muiterijen uit. Tijdens de Pacificatie van Gent (1576) sloten de tot dan toe loyale gewesten aan Spanje zich aan bij de Opstand. De voorwaarde hiervan was gewetensvrijheid in Holland en Zeeland en het katholicisme werd gehandhaafd. Dit mislukte want radicale calvinisten namen veel plaatsen in Brabant en Vlaanderen de macht over. Katholieken werden daardoor afgeschrikt en waren bereid vrede te sluiten met de koning. Een voorbeeld hiervan was de Alteratie van Amsterdam (1578) waarbij de calvinisten de katholieken verjagen en de macht overnamen in het stadsbestuur en kerken innamen.

De Opstand viel uiteen en de overgebleven opstandige steden gewesten sloten zich aaneen in de Unie van Utrecht (1579). De afspraken waren:

  • Zelfstandig blijven maar militair samenwerken
  • Eigen geloofszaken per gewest

De breuk tussen Filips II en de opstandige gewesten werd definitief toen de koning in 1580 Willem van Oranje vogelvrij verklaarde.

De breuk werd definitief door het Plakkaat van Verlatinghe (1581) waarbij Filip II officieel werd afgezworen. ‘Als een vorst de oude privileges van zijn onderdanen afneemt, dan mogen hun vertegenwoordigers hem afzetten en vervangen’. Het Plakkaat van Verlatinghe was een onafhankelijkheidsverklaring.

De opstandige gewesten kregen het moeilijk:

  • Willem van Oranje werd in 1584 vermoord
  • In 1585 werd Antwerpen weer Spaans
  • De zoektocht naar een nieuw staatshoofd leverde niks op

Dankzij de steun van de Engelse protestantse koningin Elisabeth hielden de opstandelingen stand. De Engelse steun gaf de opstandige gewesten de kans zich te herstellen en vanaf 188 een levensvatbare Republiek te gaan vormen. In 1588 werd bijvoorbeeld de Spaanse Armada verslagen (1588).

De opstandelingen besloten uiteindelijk geen vorst meer te zoeken en werd vanaf 1588 de Republiek der zeven Verenigde Gewesten. Het was een zelfstandige staat geworden. Hierna slaagde de Republiek erin terrein terug te winnen, vooral omdat Filips II op te veel fronten tegelijk oorlog voerde.

Filips II probeerde in 1596 opnieuw Engeland aan te vallen, maar het gesloten Drievoudig Verbond (met Frankrijk en de Republiek) werkte goed want er was erkenning voor de soevereine (hoogste macht) Republiek. De internationale erkenning volgde bij de Vrede van Munster (1648).

3

Kenmerkende Aspecten:

  • De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek
  • Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie

De staatkundige positie van de Republiek na 1588:

  1. De Republiek was een unie van zeven zelfstandige gewesten.
  2. Wetgeving, rechtspraak en belastingheffing vielen onder de gewestelijke verantwoordelijkheid. Ze hadden elk hun eigen Statenvergadering.
  3. Vooral in de gewesten Holland en Zeeland hadden steden veel macht, de steden werden bestuurd door regenten.
  4. De Staten Generaal waren verantwoordelijk voor het militair en buitenlands beleid.
  5. Ondanks het overwicht van Holland konden beslissingen alleen genomen worden met het draagvlak in alle gewesten waardoor er veel onderhandeld moest worden.
  6. De landsadvocaat (raadspensionaris) van de Staten van Holland speelde bij die onderhandelingen een leidende rol (Johan van Oldebarneveldt).
  7. De Staten van de gewesten kozen een stadhouder die opperbevelhebber van het Staatse leger was (prins Maurits) en sommige stadsbestuurders benoemde.

Lange tijd bleef de oorlog tegen Spanje en daarmee het overleg over militair en buitenlands beleid de belangrijkste gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gewesten. Deze gezamenlijke verantwoordelijkheden werden later uitgebreid. De Staten Generaal gaven de VOC (1602) een monopolie op de handel met Azië en voerden samen het beheer over Generaliteitslanden. De VOC werd opgericht om concurrentie te voorkomen en sterker tegenover het buitenland te staan.

Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) namen de religieuze en politieke verdeeldheid in de Republiek toe:

  • Geloofsconflict: streng-orthodox (Maurits) of vrijzinnig (Oldebarneveldt).
  • Politieke conflicten: Maurits wilde het Bestand niet voortzetten en er was een discussie over wie het hoogste gezag had (de Gewestelijke Staten of de Staten Generaal).

In 1617 besloten de Staten van Holland dat steden eigen troepen mochten inhuren die gehoorzaam moesten zijn aan de Staten (niet aan Maurits). Eer burgeroorlog dreigde, maar Maurits liet in 1618 van Oldebarneveldt arresteren en in 1619 werd van Oldebarneveldt onthoofd.

In 1621 werd de strijd tegen de Spanjaarden hervat, deze strijd eindigde uiteindelijk met het Verdrag van Munster (1648).

De Opstand in de noordelijke Nederlanden ging gepaard met de economische groei, oorzaken:

  • De moedernegotie (basiswelvaart in de Oostzeehandel) à graan/hout. De moedernegotie bracht meer winst dan de VOC.
  • Het ontbreken van een feodale traditie à specialisatie en commercialisering in de landbouw. De nijverheid, scheepsbouwen handel profiteerde ervan.
  • Afsluiting van de Schelde (na inname Antwerpen) à instroom van tienduizenden immigranten uit de Zuidelijke Nederlanden gaf een economische stimulans.
  • Handelsbelangen van de regenten en de noodzaak om inkomsten te hebben voor de oorlogsinspanningen.
  • Omdat de welvaart relatief groot was ontstond in de commerciële economie van de Republiek een markt voor luxegoederen en Amsterdam werd een stapelmarkt.

Gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen verplaatste het bestuurscentrum naar Jakarta en stichtte op dezelfde plek de stad Batavia (1619), het nieuwe bestuurscentrum van de VOC.

In de groeiende economie waren migranten nodig. Daarom gaven stadsbestuurders buitenlandse kooplieden goede faciliteiten waaronder relatief vergaande religieuze vrijheden. Een voorbeeld hiervan is de Synagoge in Amsterdam (1639) die door Portugese Joden werd gebouwd en zichtbaar vanaf straat.

Naast drukwerk werden er miljoenen schilderijen gemaakt die ook bij gewone mensen thuis hingen, dit was een culturele bloei.

De Gouden Eeuw eindigde tegen het einde van de 17e eeuw toen de positie van de Republiek in toenemende mate werd bedreigd door de opkomst van Engeland en Frankrijk.

Volgorde Jaartallen

1515-1543:     Karel wordt landsheer van alle 17 Nederlandse gewesten

1521:              Rijksdag in Worms

1531:              Drie Collaterale Raden

1550:              Instelling Bloedplakkaten

1555:              Filips II koning

1555:              Augsburg (cuius regio eius religio)

1566:              Smeekschrift

1566:              Beeldenstorm

1572:              Val Den Briel

1572:              Willem van Oranje nieuwe stadhouder

1574:              Ontzet van Leiden

1574:              Dijken lek gestoken door geuzen

1576:              Pacificatie van Gent

1578:              Alteratie van Amsterdam

1579:              Unie van Utrecht

1580:              Willem van Oranje vogelvrij

1581:              Plakkaat van Verlatinghe

1584:              Willem van Oranje vermoord

1585:              Antwerpen weer Spaans

1588:              Spaanse Armada verslagen

1596:              Filips probeerde Engeland weer aan te vallen

 

1602:              Oprichting VOC

1619:              Van Oldebarneveldt onthoofd

1619:              Gouverneur-generaal Coen verplaatst bestuurscentrum naar Jakarta (Batavia)

1621:              Strijd tegen de Spanjaarden hervat

1639:              Portugees Joodse Synagoge in Amsterdam gebouwd

1648:              Vrede van Münster