Pulsar hoofdstuk 9, 10, 11, 12 en 13

Datum 12 november 2010
Uploader Breda
Niveau MAVO
Methode Pulsar

Dit is een samenvatting van het natuurkunde boek Pulsar voor de MAVO. Het bevat de volgende hoofdstukken: 9, 10, 11, 12 en 13. Dus voor deze hoofdstukken zit je nu helemaal goed met deze samenvatting. De maker hoopt dat jullie het kunnen gebruiken.

Samenvatting downloaden of printen
Stuur jouw samenvatting
Inhoud

Pulsar – Hoofdstuk 9

Hoofdzekering > kWh-meter > aardlekschakelaar > groepenkast > groep 1.
Vermogen apparaat: hoeveelheid energie dat het apparaat omzet per seconde.
Randaarde, aardlekschakelaar en dubbele isolatie > tegen elektrocutie.
Zekeringen > tegen overbelasting en kortsluiting.
Diode laat stroom 1 richting gaan. Transistor wordt gebruikt als schakelaar. Condensator slaat elektrische stroom op. In een relais wordt een schakelaar bediend door een magneetveld. Die stroom wordt opgewekt in een andere stroom kring.
NTC meet temperatuur of regelt de temperatuur. Hoge temperatuur is een lage weerstand.
LDR zit in een alarminstallatie, liftdeuren enz.. Meer licht op de LDR, hoe kleiner de weerstand.

Pulsar – Hoofdstuk 10

Geluid te horen:
Geluidsbron (stem of speaker)
Tussenstof (lucht of water)
Ontvanger (oor of microfoon)
Geluid verspreidt zich met constante snelheid. Met een echo kun je de afstand tot een voorwerp uitrekenen.
Met een sonar meet je afstanden onder water. Hoe korter, strakker en dunner de snaar is hoe hoger de toon.
Hoe groter de uitwijking van de snaar hoe luider de toon is.
Frequentie van een trilling is het aantal trillingen per seconde.
Hoe hoger de frequentie van een geluidstrilling, hoe hoger de toon.

Tijdsduur trilling:
Frequentie= 1/trillingstijd              f=1/T
f= Hertz                trillingstijd= seconde
Decibel is de eenheid voor geluidssterkte en meet je met een decibelmeter.

Wij horen tussen de 20Hz-20.000Hz. geluid dat je nog net hoort noem je gehoordrempel.
Geluid te hard > pijngrens voor die toon. Toongenerator gebruik je om trillingen te maken.
Oscilloscoop geeft trillingen weer als golven Grotere amplitude, grotere geluidssterkte.
Meer golven, hoe hoger de frequentie is.
In een microfoon wordt een geluidssignaal omgezet in een elektrisch signaal, bij een speaker is de werking omgekeerd. Speaker: conus, spoel en een magneet. De spoel wordt magnetisch als er stroom doorheen komt en beweegt als de stroomsterkte verandert. Hierdoor gaat de conus aan de spoel ook bewegen en dan de lucht bij de conus: je hoort geluid.
Gehoorbescherming vanaf 80dB.

Pulsar – Hoofdstuk 11

Van stoffen zijn er 3 soorten:

  • Metalen: glanzend en buigbaar. Voelen koud en geleiden goed.
  • Moleculaire stoffen: in vaste toestand dof en bros, laag smeltpunt en kookpunt, geleiden geen stroom.
  • Zouten: bros, hoog smeltpunt en kookpunt. In vaste toestand geleiden ze geen stroom.

In een kristalrooster zijn de deeltjes regelmatig gerangschikt. Alle metalen bestaan uit atomen.
Moleculaire stoffen bestaan uit moleculen, die zijn opgebouwd uit atomen.
De deeltjes in zouten zijn elektrisch geladen. Protonen zijn positief geladen en neutronen zijn negatief geladen. Elektronen zijn negatief geladen. Atoomnummer is gelijk aan de aantal protonen.
De atoommassa is gelijk aan het aantal protonen en neutronen.
Isotopen zijn atomen met hetzelfde aantal protonen maar verschillend aantal neutronen.
Een stof krijgt een elektrische lading bij een tekort of overschot van elektronen. Een positief ion heeft minder elektronen dan neutronen. Een negatief ion heeft meer elektronen dan neutronen.
Bekendste stralingssoorten zijn: zonnestraling en magnetronstraling.
Isoniserende stralingssoorten zijn: alfastraling (a), betastraling (β), gammastraling (y) en röntgenstraling (röntgen). Hoe meer energie een stralingssoort heeft, hoe groter het doordringend vermogen.
Als de atoomkernen uit elkaar zijn gevallen noem je het radioactief afval. Na de halveringstijd is je afval gehalveerd en ook de straling is gehalveerd.
De afstand waarop je straling nog net kunt waarnemen: dracht van de straling.
Met radioactieve stoffen worden tumoren opgespoord. Tumorcellen worden vernietigd door isonerende straling.

Pulsar – Hoofdstuk 12

a= Fnetto/m               F netto= mxa

a= de versnelling die een voorwerp krijgt (m/s²)
F netto= de kracht op het voorwerp op het voorwerp (N)
m= de massa van het voorwerp (kg)
Als de nettokracht 2x zo groot wordt, wordt de versnelling ook 2x zo groot.
Als de massa 2x zo klein wordt, wordt de versnelling ook 2x zo klein.
De zwaartekracht is naar het middelpunt van de aarde gericht.
10m/s² Versnelde beweging meer meters per seconde, s,t-diagram gebogen lijn die steeds sterker stijgt.
W=Fxs
W= verrichte arbeid (Nm)
F= kracht die nodig is (N)
s= afstand (m) energie gaat nooit verloren.
Afname van zwaarte energie = toename bewegings energie. Bij remmen is verrichte arbeid = bewegings energie.
Bij versnellen is de verichte arbeid = bewegings energie.
Je kunt in beide gevallen deze formule gebruiken: W=Fxs = 0.5 m v²
Bij een botsing is de remweg klein. Om deze remweg te verlengen worden helmen en kreukelzones toegepast.
Een auto heeft: kooiconstructie, gordels, airbags en hoofdsteunen.
Kleine kinderen worden beschermd door kinderzitjes.

Pulsar – Hoofdstuk 13

Symbool kracht: F, de eenheid: N (newton)
Krachten schaal wordt gegeven als vector.
Als er een kracht op een voorwerp werkt zonder zichtbaar effect, dan werkt er ook een reactie kracht.
Moment = kracht x arm > M=F x l
Hefboom in evenwicht > GEEN nettokracht
Hefboom in evenwicht > links draaiend gelijk aan rechts draaiend
Fnetto= 0N
M links=M rechts